het Goudblommeke in Papier

M.C. Escher Metamorphose III (detail)

(een surrealistische wandeling door Brussel)

Alles wat we zien, verbergt iets anders.
We willen altijd ontdekken wat achter het
zichtbare verborgen ligt.
René Magritte
luister tijdens het lezen van deze column naar: All Along the Watchtower van Bob Dylan uitgevoerd door Afterhere
Het Goudblommeke in Papier (La Fleur en Papier Doré) liefkozend ook wel ’t Blommeke genoemd, was de stamkroeg en ontmoetingsplek van de Brusselse surrealisten. René Magritte had hier lang voor hij beroemd werd zijn eerste tentoonstellingen. George Remi (Hergé) en Jacques Brel waren hier trouwe bezoekers. Na de oorlog ontmoetten kunstenaars als Pierre Alechinsky, Christian Dotremont en Jean Dubuffet (de vader van de ‘Art Brut’) elkaar hier, evenals schrijvers Louis Paul Boon en Hugo Claus. Laatstgenoemde vierde hier in 1955 zijn eerste huwelijksfeest. De mengelmoes van kunst, brocante en kitsch die ze achterlieten is er nog steeds te zien. Graffiti als ‘Philologue, il est permis de se taire dans toutes les langues’ (taalkundige u mag zwijgen in alle talen) en ‘Chacun a droit à 24 heures de liberté par jour’ (Een ieder heeft recht op 24 uur vrijheid per dag)  illustreren de gemoedstoestand.

Met geliefde S op de thee bij Victor Horta in Musée de la Bande Dessinée

Op bezoek bij Victor Horta aan de Rue Américaine kijken geliefde S en ik vanaf balkon Europa naar de mallemolen van het leven in de stad Brussel, een leven dat schijnt te rijmen met vrijheid. Via de functionele krullen en rondingen van de Art Nouveau belanden we in de getekende werkelijkheid van de negende kunst.

M.C. Escher Metamorphose I

Op zoek naar de Nederlandse graficus Escher verdwalen we in de Brusselse voorstad Ukkel, wat rijmt op sukkel. Hier belanden we in de wereld van Eschers eeuwig veranderende en altijd hetzelfde blijvende Metamorphosen. Met Escher metamorfoseren we van waarnemers van statische landschappen tot waarnemers van het dynamische dromen waarin het leven zelf zich tracht te verbeelden. Aan de vooravond van de tweede wereldoorlog werkt Escher tussen oktober 1939 en maart 1940 zes maanden bijna onafgebroken aan zijn grote houtsnede Metamorphose II. Zelf noemt hij het een ‘kinderlijke associatie-drang’, wat naadloos aansluit bij het spel dat hij als kind al speelde. Als kind las hij graag sprookjes en speelde hij een spel van associëren met gedachten. Als begin- en eindpunt nam hij twee volkomen willekeurige woorden die hij probeerde met elkaar in een ‘logisch’ verband te brengen. In zijn ‘grafische spel’ laat Escher de regelmatige vlakverdelingen, die oneindig kunnen doorgaan, niet eeuwig doorgaan maar eindeloos veranderen. Deze vormverandering zet hij vervolgens in een kringloop doordat begin en einde identiek zijn. In de weergaven van een tweedimensionaal Italiaans landschap wisselen plat en ruimtelijk elkaar onophoudelijk af. Als een houterig Aziatisch poppetje vallen we over de rand en plonzen we naast Icarus in ‘Sea of Tranquillity’ van David en Alice van Buuren.

‘De val van Icarus’ kopie ‘uit de kring van Pieter Bruegel (de Oudere) detail

De beroemde Val van Icarus, hier in een vroege, ongedateerde en ongesigneerde, kopie ‘uit de kring van Pieter Bruegel (de Oudere)’ hangt als pronkstuk bij David en Alice boven de bank.  In een wat witter en minder betoverend licht dan op het origineel zien we ook hier Icarus in een hoekje van het schilderij verdrinken. Ondertussen staart de visser naar zijn dobbertje, hoedt de herder zijn schapen en ploegt de boer zijn akker. Waar we in het origineel naar een ondergaande zon kijken, staat de zon hier hoog aan de hemel, wat natuurlijk het andere licht verklaart. Ook in kopie is de wereld nog steeds dezelfde magische plek, waar een gouden schip op weg is naar onontdekte steden, of verder nog, een land achter de horizon, waar helden uit de hemel vallen terwijl herders leunend op hun staf een dutje doen. Vanaf de bovenrand staart Daedalus, die in het origineel afwezig moet zijn, ons vragend aan. Etend van de perziken der sterfelijkheid vallen we door de kleurrijke wereld van Rik Wouters.

Rik Wouters ‘Stilleven met perziken’ (zomer 1914) detail

‘Stilleven met perziken’ (zomer 1914) is een onvoltooid gebleven schilderij van Rik Wouters en een hommage aan zijn vriend Paul Cézanne. Opgezet in de nacht voor Rik Wouters werd afgevoerd naar het slagveld van de eerste wereldoorlog. Daar in dat slachthuis sneuvelt hij overigens niet, maar openbaren zich wel de eerste symptomen van de ziekte, kanker, waaraan hij uiteindelijk zal overleiden. Vanaf oktober 1914 woont hij met zijn echtgenote Nel in Nederland, eerst in een interneringskamp in Amersfoort en later in een appartement in Amsterdam. Hij wordt verschillende malen geopereerd, de pijn maakt het werken steeds moeilijker, toch blijft zijn werk ook in die tijd kleurrijk en helder. De laatste maanden van zijn leven zijn een lijdensweg. Hij sterft uiteindelijk in juli 1916. Via de ijzeren bollen van het Atomium tuimelen we de slaapkamer van René en Georgette Magritte binnen.

‘Als je gedachte hier neerstrijkt aan de rand van de droom, herinner je’
(tekst op een handgeknoopt wollen tapijt dat bij René en Georgette Magritte voor het bed lag)

tekst: Paul Nougé/ compositie: René Magritte/ uitvoering: Georgette Magritte
René Magritte ‘De stem van het bloed’ detail

Samen vertellen ze ons hun liefdesverhaal. In 1913 kort na de tragische zelfdoding van zijn moeder, ontmoette René Magritte op een lokale kermis Georgette Berger, hij is dan nog maar 15 jaar oud toch worden ze verliefd. Maar een speling van het lot trok ze uit elkaar, pas jaren later zouden hun paden elkaar opnieuw kruisen, nu in een kunsthandel in Brussel. Ze werd zijn muze en in 1922 zijn vrouw, ‘the rest is history’.

René Magritte ‘Het mentale universum’ (1947)

Op de klanken van ‘A day in the life’ en het schilderij ‘Le Jeu de Mourre’ van René Magritte zien we waar Beatle Paul McCartney zijn inspiratie voor het Apple-logo vandaan heeft. Les Mots et Les Images. Magritte gebruikte geen woorden om schilderijen aan te vullen, maar om ze een geheel nieuwe betekenis te geven. Hij wilde de toeschouwer de link tussen de beelden en de woorden laten vinden, zelfs als het leek alsof die er niet was. Het was een nieuwe vorm van taal die Magritte gebruikte voor een fase van zijn artistieke leven, en waar hij tijdens zijn verdere carrière af en toe op terugkwam. Soms probeerde hij woorden en afbeeldingen te verenigen als overeenkomende objecten. Magritte dacht goed na over de titels van zijn kunstwerken. Hij wilde een deel van zijn ideeën, gedachten en dromen laten zien, maar ook de kijker uitdagen. Magritte schilderde soms meerdere keren hetzelfde object maar gaf het telkens een andere naam, waardoor de betekenis van het nieuwe werk verschilt van de vorige. Hij raadpleegde zijn surrealistische collega’s zelfs voor advies over de titels. La Trahison des Images (Het verraad van beelden) is een goed voorbeeld van zijn gebruik van titels. Met de schriftelijke verklaring ‘ Ceci n’est pas une pipe’ (dit is geen pijp), laat Magritte ons zien dat het in feite geen echte pijp was, maar het schilderij van een pijp. Op het moment dat je begint te begrijpen wat Magritte bedoelt ontsnapt het je vaak al weer.

“Als Magritte even goed schildert als hij schaak speelt, heeft hij nog veel werk.” Dat was de reputatie die René Magritte genoot toen hij zijn doeken in café La Fleur en Papier Doré probeerde te verkopen. Gevieren doen we ons daar tegoed aan moules et frites overgoten met Gueuze en Kriek. Via ’t Blommeke maken we een full circle om te eindigen waar we begonnen in de eindeloze kringloop van Escher.


M.C. Escher Metamorphose III (detail)
Mijn altijd kritische vriend Ben “je kunt alles overdrijven” vraagt me wat die muziek toch altijd in mijn ‘stukjes’ doet, om nog maar te zwijgen over alle citaten en illustraties. Natuurlijk weet ik dit wel maar tijdens de tentoonstelling ‘The Joy of Nature’ hoor ik het ook nog eens van David Hockney. De muziek (voor Hockney Wagner of Schumann) intensiveert de beleving van natuur, kunst of andere ervaringen.
Hockney citeert trouwens uit brieven van Vincent van Gogh, waarin deze aangeeft dat de muziek van Wagner op hem een vergelijkbaar effect heeft. Ooit volgde Vincent orgelles, dat was geen succes: de muzikale akkoorden begon hij te vergelijken met Pruisischblauw en cadmiumgeel zodat de instructeur hem al gauw voor gek verklaarde. In een brief aan zijn zuster Willemien vergeleek Van Gogh de schilderkunst met muziek, meer bepaald met de muziek van Richard Wagner. Met zijn broer Theo bezoekt hij verscheidene Wagnerconcerten in Parijs. Met Gauguin bezoekt hij in Arles een open-air concert waar de ouverture van Tannhäuser wordt gespeeld.
“Je lis un livre sur Wagner que je t’enverrai après – quel artiste – un comme ça dans la peinture, voilà ce qui serait chic.– Ça viendra. “ (Brief aan Theo van Gogh, 6 juni 1888)
Harpist Remy van Kesteren, ‘die alleen nog werk van levende componisten speelt’, mag voor Hockney optreden tijdens de opening van de tentoonstelling ‘The Joy of Nature’. “Dat betekent dat hij mijn muziek zal horen en dat vind ik eerlijk gezegd nogal wat. Ik heb begrepen dat hij lijdt aan synesthesie of misschien is het wel een zegen in plaats van een lijden. Het betekent dat hij kleuren ziet als hij muziek hoort en dat intrigeert me hogelijk.” De wisselwerking tussen de verschillende kunstvormen is een boeiend gegeven en vaak is de combinatie meer dan de som der delen.
‘La grande photo des surrealists’ voor café ‘La Fleur en Papier Doré’  (detail)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *