alfa en omega

M.C. Escher ‘Metamorphose III’ 1968 (detail)

luister tijdens het lezen van deze column naar: Who Knows Where The Time Goes van Fairport Convention met Sandy Denny

Wegen gaan verder, almaar door,
Onder wolk en onder ster;
Maar zij die zwerven zonder spoor,

Keren naar huis terug van ver.
‘De Hobbit’ J.R.R. Tolkien

Een metamorfose is een gedaanteverandering bijvoorbeeld die van een rups in een vlinder. Maar de allerbekendste metamorfosen vinden we misschien wel in de literatuur, namelijk het omvangrijke gedicht ‘Metamorphosen’ van de Romeinse schrijver Ovidius (43 v.Chr. – 17 na Chr.) Hierin verhaalt Ovidius op speelse wijze de schepping en geschiedenis van de wereld volgens de Griekse en Romeinse mythologie. Het werk is een aaneenschakeling van gedaantewisselingen. De nimf Daphne verandert in een laurierboom, de jager Actaeon in een hert, de bosnimf Syrinx in wuivend moerasriet en de herder Daphnis zelfs in een steen. In het laatste hoofdstuk geeft Ovidius bij monde van de Griekse filosoof en wiskundige Pythagoras een filosofische onderbouwing, die de leer van de eeuwige verandering predikt: omnia mutantur, nihil interit – alles verandert, niets gaat ten gronde. Alles in de kosmos is voortdurend in beweging, niets blijft gelijk, maar ook niets vergaat volledig.

De graficus M.C. Escher hanteert in zijn Metamorphosen een speelsheid, die ook het werk van Ovidius door de eeuwen heen zo fris heeft gehouden. Perspectief, details, beweging onder, boven, herhaling en verandering zijn begrippen waarmee Escher graag speelt. “Dit metamorfoseren (is) een luchtig, kinderlijk spel met beeld- en gedachteassociaties, die elkaar zonder poging tot diepzinnigheid, min of meer toevallig opvolgden”. aldus Escher. Als kind las Escher graag sprookjes en speelde hij het spel van gedachten associëren. Als begin- en eindpunt nam hij twee volkomen willekeurige woorden en probeerde hij die met elkaar in een ‘logisch’ verband te brengen. “Misschien streef ik wel uitsluitend verwondering na en tracht ik dus ook uitsluitend verwondering bij mijn toeschouwer op te wekken”, schrijft Escher in 1956 aan zijn vriend Hans de Rijk.

Eind augustus 2019 overlijdt na een zeer kort ziekbed mijn lieve moeder. Mijn vroegste en mijn laatste herinnering aan haar vormen over een periode van zestig jaar een prachtige cirkel. De middag voor haar overlijden ligt mijn moeder op bed, in een nachtjapon in haar geliefde pastel kleuren. De wind waait door het open raam naar binnen en speelt met de dunne gordijnen. Het door de gordijnen gefilterde zonlicht valt over het bed waar wij liggen, elkaars hand vasthoudend een paar laatste woorden wisselend, maar eigenlijk was het contact vooral woordeloos, in een mooi vredig laatste samenzijn, maar dat wisten we toen nog niet.

Ook mijn vroegste herinnering is nog woordeloos, ik lig als peuter op de ‘bleek’ (een klein grasveldje dat gebruikt werd om de was te drogen of te ‘bleken’) terwijl mijn moeder de was aan de drooglijn hangt, vaag is er de geur van het gras. Een houten droogrek vol wasgoed beschut me tegen de zon, het heldere licht en de warmte van de zon, voor mij zijn ze symbool gebleven voor de warme liefde waarmee mijn moeder me omringde … ‘licht’ als een veertje dat zich koestert in de zon laat ze zich gaan … langs mijn wang strijkt de vleugelslag van een engel … ‘licht’ is haar schaduw.

Als een mens soms pijn heeft, dan beseft hij pas hoe heerlijk het is om geen pijn te hebben. En is er, in dit tranendal, iets heerlijkers te bedenken, dan in te slapen in een zacht bed? Daarom ben ik ook helemaal niet zo bang voor de dood, mits die zich pijnloos, als een nauw merkbare overgang naar het Neerwana, voltrekt.    M.C. Escher

Alles in het leven is er slechts voor een kort moment, laurierboom, hert, moerasriet of zelfs steen. Is metamorfose wellicht een ander en beter woord voor sterven. De dood lijkt me te scheiden van wie ik liefheb, maar in honderden herinneringen kan ik haar altijd bezoeken.

In zijn houtsnede Metamorfose II plaatst Escher de vele vormveranderingen in een kringloop zonder begin of einde. Daarmee raakt dit werk ook aan de begrippen oneindigheid en eeuwigheid die in zijn werk essentieel zijn. Zo ontstaat een kunstige combinatie van metamorfose en de begrippen tijd (eeuwigheid) en ruimte (oneindigheid). Zelf noemt Escher zijn Metamorphosen ook wel vormassociaties. Daarbij gaat het niet om de gelijkenis in de vorm die twee verschillende voorwerpen met elkaar vertonen, maar om de vorm-interpretatie van twee verschillende figuren waarvan de ene het complement is van de andere en deze aanvult of completeert. In 1958 geeft Escher in zijn publicatie ‘Regelmatige vlakverdeling’ in woord en beeld een uitgebreide toelichting op de regelmatige vlakverdeling met de zich gaande weg wijzigende figuren die zo een ‘beeldverhaal’ doen ontstaan. Escher beschrijft hierin onder andere een fragment van Metamorphose II

M.C. Escher fragment van Metamorphose II zoals hij dat beschrijft in zijn publicatie ‘Regelmatige vlakverdeling’ uit 1958

“Het fragment dat hier gereproduceerd is, geeft een enkele gedaanteverwisseling weer, n.l. van links naar rechts gaande, van ‘insekt’ tot ‘vogel’. Eerst voegen zich de zwarte insect-silhouetten aaneen; op het moment dat zij elkaar raken, is hun witte achtergrond visvormig geworden. Door verwisseling van figuren en achtergrond, zwemmen er vervolgens witte vissen tegen een zwart fond. De vissen fungeren dus min of meer als katalysators; hun vorm verandert – nagenoeg – niet, maar hun houding ten opzichte van elkaar wel; hun ‘slagorde’ wijzigt zich. Als zij zich weer hebben samengevoegd, blijken hun tussenruimtes vogelvormig geworden te zijn.”  M.C. Escher ‘Regelmatige vlakverdeling’ uit 1958

*alfa Α en omega Ω zijn de eerste en de laatste letter van het klassieke (Ionische) Griekse alfabet

And I am not alone while my love is near me
I know it will be so until it’s time to go
So come the storms of winter
And then the birds in spring again
I have no fear of time

For who knows how my love grows?
And who knows where the time goes?

Who Knows Where The Time Goes Sandy Denny (1947 – 1978)

tattoo you

Luister tijdens het lezen van deze column naar: Annie Lennox – ‘A Whiter Shade of Pale
my play with brush and ink is not calligraphy nor painting;
yet unknowing people mistakenly think:
this is calligraphy, this is painting.
Sengai Gibon (1750 – 1837)

Ver na de middelbare leeftijd een tatoeage laten zetten leidt onherroepelijk tot vragen, opmerkingen en onbegrip. Dat is prima, vaak komisch en soms aanleiding tot een gesprek. Dat gesprek gaat dan vaker over de ‘hang-ups’ van de ander en minder over mijn tatoeage, daarom hierbij een poging tot uitleg.

Een eerste schetsje voor de tatoeage zie je hierboven. Een losse penseelstreek symboliseert dat ieder moment uniek is en vormt de basis. Daarop zien we een vierkant, cirkel en driehoek die we natuurlijk kennen als mathematische figuren. Voor de zen-monnik Sengai Gibon vormen ze echter een symbolische weergave van de werkelijkheid. Sengai was naast zen-monnik een beoefenaar van Shodo (de weg van het penseel).

De cirkel staat voor het oneindige (de hemel of de kosmos) waar alles uit voortkomt. Het vormt de basis van alles dat leeft. Het oneindige zelf is vormloos maar alle vormen komen eruit voort en keren ernaar terug. De cirkel staat voor het ware, het echte, het oorspronkelijke, de vormloze vorm, leegte. De cirkel staat ook voor de maan.

De driehoek staat voor de mens in zijn drie aspecten: fysiek, intellectueel en spiritueel. Mensen beschikken over zintuigen en intellectuele vermogens en verlangen tastbare vormen. De driehoek is het begin van deze vormen.

Het vierkant is een verdubbeling van de driehoek. Dit verdubbelingsproces zet zich eindeloos voort en leidt tot de “tienduizend dingen” (het aardse). Het vierkant staat voor de zichtbare wereld die samengesteld is uit de vier elementen: aarde, water, vuur en lucht.

Het vierkant, de driehoek en de cirkel symboliseren samen de weg. De mens vormt de verbinding tussen hemel en aarde, en zen is een methode om die eenheid te ervaren. Samen symboliseren deze tekens onze uitdaging om hemel en aarde met elkaar te verbinden.

Over deze symbolen heen zien we drie bloemen, de drie vrouwen in mijn leven. De lotus voor mijn Thaise partner en de Chinese roos en orchidee voor mijn beide in China geboren dochters. Daardoorheen beweegt zich een klein vlindertje. In de Griekse mythologie is de vlinder het zinnebeeld van de ziel, in de Chinese mythologie is zij symbool van liefde. Waar ik mijn ziel of de liefde zoek, vind ik haar nooit, zij vindt mij altijd, feilloos. Het vlindertje is onlosmakelijk verbonden met de bloemen en symbolen, maar fladdert er ook wat zorgeloos door heen.

Door deze symbolen meanderen, niet zichtbaar op de schets, twee speels bewegende lijnen. De ene lijn is de vlucht van de vlinder. De andere vormt een unalome (pad naar wijsheid), het Thaise symbool voor levensloop en zoektocht naar geluk. De meanderende lijn verwijst naar het grillige verloop van ons levenspad. Langs deze lijn lezen we de woorden ‘nulla dies sine linea’ (geen dag zonder lijn), een uitspraak van de Griekse schilder Apelles, geciteerd door Plinius de Oudere (24 – 79) Door dagelijks te tekenen, te schrijven, te lezen, te werken, te mediteren, kortom door dagelijks te oefenen zal ik me ontwikkelen.

In de Westerse traditie staat “verlichting” voor het inzicht dat de mens een rationeel wezen is. In de Boeddhistische traditie is het rationele of intellectuele bewustzijn slechts een van de mogelijke vormen van bewustzijn. Het streven van de boeddhist is gericht op een ander soort verlichting: het inzicht dat het zelf samenvalt met de werkelijkheid. De driehoek die tegelijkertijd onderdeel is van hemel en aarde.

Alle andere (voor)oordelen over tatoeages zijn natuurlijk ook waar, maar dit is mijn verhaal. O ja en soms ook is er gewoon het moment in ons leven om onomkeerbare stappen te zetten en keuzes te maken.

Iets begint, een lijn, raakt los van zijn uitgangspunt, gaat misschien roekeloos ver weg, maar verwijdert zich nooit definitief van zijn oorsprong: met een zekere regelmaat keert hij op zijn schrede terug, herinnert, terwijl hij zich in nieuwe vormen realiseert, aan het punt van waar hij vertrok.
Paul Klee (1879 – 1940)
She said “There is no reason”
“And the truth is plain to see”
But I wandered through my playing cards

Annie Lennox – A Whiter Shade of Pale
Album cover for the Rolling Stones LP ‘Tattoo You’ (1981) – detail – design by Peter Corriston, photograph by Hubert Kretzschmar, painting by Christian Piper

‘het is al goed’

Guido van der Werve,  Nummer acht ‘Everything is going to be alright’ (2002) videostill
In zijn video Nummer acht ‘Everything is going to be alright’ (2002) loopt kunstenaar Guido van der Werve (Papendrecht, 1977) over een dichtgevroren watermassa. Slechts een paar meter achter hem doorklieft een gigantische ijsbreker het ijs. Van der Werve loopt – zonder om te kijken – door, alsof het gevaar om verpletterd te worden of te verdrinken niet bestaat.
luister tijdens het lezen van deze column naar: The Fall van Reina del Cid
Het gaat in de kunst slechts om één ding:
dat wat men niet kan verklaren.
George Braque

Op enig moment verscheen er een engel in mijn leven. Niet dat ze vleugels of gouden haren heeft, in tegendeel, maar licht geeft ze wel. ‘het komt wel goed’ is mijn gevleugelde gedachte, ‘het is al goed’ de hare.

Als voorbereiding op de master kunstgeschiedenis, wat op mijn tweeënzestigste toch al een redelijk late roeping is, en mijn vraag wat nu de essentie van een ‘wetenschappelijke’ publicatie is probeer ik iets van het werk van Baruch (later Benedictus) Spinoza (1632-1677) te begrijpen. Dat lukt eerlijk gezegd maar matig.

Spinoza bezoek de Latijnse school in Amsterdam, studeert aan de Leidse universiteit en maakt kennis met de filosofie van Descartes. In 1660 verhuist hij naar Rijnsburg, waar hij in zijn onderhoud voorziet door het slijpen van lenzen. Daar schrijft hij ook zijn eerste filosofische geschriften, onder andere een inleiding op het werk van Descartes. In 1663 verhuist hij naar Voorburg en in 1670 naar Den Haag. In het rampjaar 1672 worden bij hem om de hoek de gebroeders De Witt op gruwelijke wijze vermoord. De dood van de gebroeders De Witt leidde in feite tot de val van de republiek. Willem III pleegde in datzelfde jaar een staatsgreep en werd alleenheerser. In 1675 voltooit Spinoza zijn Ethica en in 1677 overlijdt hij op 44 jarige leeftijd. Tot zover de historische data.

Zowel het belang als de complexiteit van Spinoza’s filosofieën zijn algemeen erkend, ik vrees dat ik er niets aan kan toevoegen. Als aspirant student kunst(geschiedenis) ben ik wel benieuwd of Spinoza ook iets gezegd heeft over kunst. Het korte antwoord lijkt; niets. Hoewel hij in de gouden eeuw leeft rept hij met geen woord over kunst. Wel geeft hij het begrip verbeelding een prominente plek in zijn filosofie. Als vormen van kennis onderscheidt Spinoza verbeelding, rede en intuïtie. Verbeelding bestaat dan weer uit zintuiglijke waarneming en mening. Zintuiglijke waarnemingen – waartoe volgens Spinoza ook dromen en fantasie behoren – laten op onze hersenen indrukken/ voorstellingen achter. Meningen zijn alle vooronderstellingen waarvan wij dagelijks uitgaan zonder ze kritisch te onderzoeken, het zijn de clichés, de tegeltjeswaarheden in ons leven. Volgens Spinoza bewandelen we de weg van de waarheid wanneer we er in slagen om met behulp van de rede de waarneming – dus inclusief dromen en fantasie – te onderzoeken, te corrigeren en eventueel te vervangen door meer juiste en adequatere ideeën.

Volgens Spinoza is de verbeelding verward, onwaar en passie, de rede daarentegen is juist, waar en actie. Met het begrip passie bedoelt Spinoza hier het lijden aan onware ideeën, illusies of wanen. Volgens Spinoza bestaat onze hele voorstellingswereld uit passies, deze valse voorstellingen houden ons gevangen in een wereld van wanen die angst en ongeluk ten gevolge hebben. De uitdaging waar Spinoza ons voor stelt, is dat we ons maar moeilijk kunnen indenken dat het zo ernstig met ons gesteld is. Dwalen we werkelijk angstig rond in een wereld van duisternis?

De oplossing is dat we ons bewust worden van de werking van de verbeelding en een kritische afstand behouden tot dat wat we waarnemen. Vooruitgang boeken we door datgene wat we waarnemen te corrigeren door een juister inzicht. Alles in het besef dat de volledige waarheid, die de totale natuur omvat, onkenbaar is.

Zouden we kunnen zeggen dat filosofie of in bredere zin de wetenschap de rede onderzoeken en kunst de verbeelding?

In mijn columns mag ik een grote broek aantrekken, wilde en eigengereide beweringen doen, zelfs sentimentele (liefdes)liedjes en songteksten opnemen. Tenslotte is de liefde mijn eerste en laatste drijfveer. In mijn essays probeer ik al iets genuanceerder en redelijker te zijn, maar zeker niet academisch. In de scripties die ik voor mijn studie schrijf zal ik trachten Spinoza te volgen. Op het niveau van het logisch denken vormen we ons een beeld. Dat beeld toetsen we aan de werkelijkheid op zijn juistheid, dit bijgestelde beeld toetsen we opnieuw ∞

Ronald van Tienhoven ‘Aviarium’ (detail)

Ruim twintig jaar geleden was er in Arti et Amicitiae in Amsterdam een expositie ‘De Steen Vliegt’ waarbij kunstenaars en filosofen reflecteerden op Spinoza’s werk. Beeldend kunstenaar Roland van Tienhoven exposeerde hier een bijzonder vormgegeven bijenkast en buigt zich daarmee over de vraag in hoeverre een gemeenschap soeverein kan zijn, zonder dat het al te veel de individuele vrijheden van de ‘onderdanen’ inperkt. Andere kunstenaars kiezen voor een meer algemene thematiek en voor de esthetiek van licht en donker, leven en dood. Tom Claassen kiest voor een humoristische invalshoek, door in ‘De pruik van Spinoza’ diens proto Led Zeppelin kapsel uit te vergroten.

Het is ahistorisch, maar niet ondenkbaar dat Spinoza en Rembrandt elkaar in het zeventiende -eeuwse Amsterdam ontmoet hebben. Wandelend door de net aangelegde Hortus Botanicus achter de Portugese synagoge, kort nadat Spinoza daar wegens ‘vreselijke ketterijen’ en ‘monsterlijke daden’ in 1656 geëxcommuniceerd is. Rembrandt die met zijn paletmes als kwast en zijn kwast als potlood de regels van de kunst aan zijn laars lapt. Spinoza die zich met zijn hermetische woorden niet houdt aan de regels van de filosofie. Beter gezegd, ze bedachten hun eigen kunst en filosofie en zo vernieuwden ze deze.

Twee mensen die met verf en woorden de menselijke essentie overbrengen op een manier die even begrijpelijk als onbegrijpelijk is. De verf denk ik soms heel even te begrijpen, de woorden ontglippen me telkens weer, zoals ook nu.


Rembrandt van Rijn ‘Isaak en Rebekka’, bekend als ‘Het Joodse bruidje’,  ca. 1665 – ca. 1669 olieverf op doek (detail)

Om te voorkomen dat hij zou worden vermoord en zijn vrouw in de harem van koning Abimelech zou worden opgenomen, verhulde Isaak zijn liefde voor de schone Rebekka; zij gaven zich uit voor broer en zus. Maar hun intieme omgang toen ze zich onbespied waanden, verraadde hen. (Genesis 26:8)  Rembrandt schildert ze in dat liefdevol moment. Daarbij gebruikt hij warme kleuren  en gaat hij uitzonderlijk vrij te werk, hij brengt de verf met paletmes dik op en krast erin met de achterkant van zijn penseel.

Rembrandt van Rijn ‘Isaak en Rebekka’, bekend als ‘Het Joodse bruidje’,  ca. 1665 – ca. 1669 olieverf op doek (detail)
since these days of mine are numbered
I like to spend them here with you
find a tree to lie down under
until the sun sinks out of view
won’t ever wanna go but
if I hold you close
against the coming night
it seems to feel alright
and oh I hope you know
I will be falling for the rest of my life
The Fall van Reina del Cid

het gezicht van de dood


Pablo Picasso ‘Kop van de dode Casagemas’ – detail – 1901

luister tijdens het lezen van deze column naar: A Sense of Wonder van Van Morrison

Geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt,
De kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt
En de wijsheid tussen die twee onderscheid te maken.
 Epictetus (55 – 135 AD)

In zijn heldere zelfhulpboek “Meer zen, minder bubbels’ verhaalt zenmeester en vriend Rients Ritskes over de dood van zijn boertje Klaas en hoe dit verdriet wellicht van invloed is geweest op de beslissing van hem en zijn vrouw om kinderloos te blijven. Het immense verdriet van zijn ouders heeft hem een aanvankelijk onbewuste angst ingeboezemd dat hem hetzelfde zou kunnen overkomen.

Vijftig jaar later weet Rients nog precies hoe de laatste blik op het gezicht van zijn overleden broertje voelde: “Ondanks zijn jonge leeftijd waren zijn haren vlak voor zijn dood in één nacht helemaal grijs geworden. Hij lag er keurig gekamd bij en had zijn mooie kostuumpje aan. Zijn smetteloos witte overhemd en perfect geknoopte das maakte hem innemend mooi met een vredige uitstraling.” Wanneer Rients beeldend kunstenaar in plaats van zenmeester was geworden, had dit beeld vast een indrukwekkend kunstwerk opgeleverd.

Vele kunstenaars zijn hem hier voorgegaan, in een eerdere column noemde ik al Claude Monet en het portret van zijn  overleden vrouw, graag toon ik hier drie anderen. Ten eerste de tekening die de graficus M.C. Escher van zijn net overleden vader maakte, vervolgens de portretten die de jonge Picasso van zijn vriend Carlos Casagemas maakte, na diens zelfmoord, en tenslotte ‘Winter 1946’ van Andrew Wyeth. Maar de lijst zou gemakkelijk langer kunnen zijn, denk bijvoorbeeld aan Munch’s portretten van zijn aan tuberculose overleden zusje.

Volgens Rients sterkt mediteren het vermogen om los te laten en te accepteren wat zich niet laat veranderen, zelfs als het gaat om het verlies van een dierbare. Het lijkt erop dat beeldende kunst, schrijven of componeren soms eenzelfde effect kunnen hebben.

M.C. Eschers tekening van zijn vader op diens sterfbed, 14 juni 1939

Het overlijden van M.C. Eschers vader.
George Arnold Escher was 96 jaar oud toen hij op 14 juni 1939 overleed. Dat zijn dood nabij was, kan dan ook geen verrassing voor zoon Maurits zijn geweest. Toch voelde het overlijden van zijn vader (“de oude Es”) wel als een schok. Maurits was de laatste van vijf zonen (twee daarvan uit een eerder huwelijk) van vader Escher. Deze markante maar nuchtere ingenieur was al 55 jaar toen hij zijn jongste zoon voor het eerst in zijn armen hield. Maurits adoreerde zijn vader, althans in zijn jonge jaren. Maar ook later bleef de liefde groot. In een interview met Bibeb uit 1968 in het weekblad Vrij Nederland herhaalde Escher die bijzondere band: “Van mijn vader hield ik veel. Hij heeft altijd grote indruk op mij gemaakt. Ik lijk op hem. Hij was ook een eenzame man, zat veel op zijn kamer.” Escher tekent zijn vader liefdevol op zijn sterfbed. De zachte potloodlijnen lijken in het niets te verdwijnen. Voor de zoon rest slechts het verdriet van de zwarte achtergrond en de vele liefdevolle herinneringen.

Pablo Picasso ‘De dood van Casagemas’ 1901

Hoe Pablo Picasso zijn overleden vriend Carlos Casagemas portretteerde.
Aan het einde van het jaar 1900, hij is dan 19 jaar oud, krijgt Pablo Picasso de kans om samen met zijn vriend schrijver en kunstenaar Carlos Casagemas naar Parijs te gaan. Met weinig moeite en veel geluk vindt Picasso een atelier en slaagt hij erin zijn kunst onder de aandacht te brengen in kringen van de Parijse bohème. Zijn vriend Casagemas, is minder fortuinlijk. Schrijven noch schilderen wil lukken. Tot overmaat van ramp raakt Casagemas in Parijs verliefd op Germaine, type beeldschone nimf annex fatale vrouw. Met Kerstmis reizen de twee vrienden terug naar Spanje. Maar Casagemas, ziek van liefde, houdt het in Madrid niet uit en keert in zijn eentje, vervroegd, terug naar Parijs. Op een avond treft hij Germaine in een café; hij trekt een pistool en schiet twee keer op het meisje. De kogels missen hun doel op een haar na, waarna Casagemas zichzelf, midden in het café, door het hoofd schiet.

In 1901 keert Picasso op zijn beurt terug naar Parijs en begint hij aan een reeks werken waarin zijn vriend wordt herdacht. Die werken wekken de suggestie dat Picasso aan diens doodsbed heeft gewaakt, zó dicht op het lichaam bevinden we ons als we kijken naar, bijvoorbeeld, ‘Kop van de dode Casagemas’. Later zou Picasso verklaren dat de dood van zijn vriend het begin van zijn befaamde ‘blauwe periode’ zou hebben gemarkeerd. ‘Kop van de dode Casagemas’ is inderdaad gehuld in dat overbekend geworden serene blauwe licht dat over veel werken uit die periode lijkt te schijnen, een blauw dat op ‘Kop van de dode Casagemas’ is doorschoten met de vale, geelwitte doodssluier over het gezicht van de jongen. Hier heerst de ontluisterende stilte en kilte van de dood. In een ander doodsportret, ‘Casagemas in zijn kist’ brandt achter de zelfmoordenaar een grote kaars die op dit doek het melancholieke blauw uit het tafereel bant. De kaars werpt een gloed van rode, groene en gele strepen, het is een kaars als een toorts uit een sprookje, en die strepen, zijn onmiskenbaar de strepen die we kennen uit het late werk van Vincent van Gogh.

Andrew Wyeth ‘Winter 1946’

Hoe de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth zijn overleden vader niet portretteerde, of toch wel?
Nadat zijn vader bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen wil de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth graag nog wat tijd bij het dode lichaam van zijn vader doorbrengen. Hij gaat de kamer in waar zijn vader ligt opgebaard. De ramen staan open en ik zie hoe het licht mijn vaders gezicht streelt en hoor de wind in de bladeren. Die schoonheid, dat is wat ik wil tonen, schilder je geschiedenis, doe de dingen die betekenis voor je hebben. Doe de dingen die van jezelf zijn, schilder je leven. Vanaf dat moment in 1946 maakt Wyeth geen schilderijen meer, maar schildert hij zijn realiteit. Zijn dood gaf betekenis aan mijn schilderen. Het schilderij dat hij daarna maakt, ‘Winter 1946’ is het portret van een jongen die, in een helder koud winterlicht een heuvel afrent, achtervolgd door zijn zwarte schaduw. Achter die heuvel is zijn vader verongelukt. “It was me, at a loss, that hand drifting in the air was my free soul, groping.” Wyeth zegt altijd spijt gehad te hebben zijn vaders portret nooit te hebben geschilderd, maar uiteindelijk is de heuvel het portret van zijn vader geworden.

“The first tempera I did after that (de dood van zijn vader) is called Winter 1946. It’s of a boy running, almost tumbling down a hill across a strong winter light, with his hand flung wide and a black shadow racing behind him, and bits of snow, and my feeling of being disconnected from everything. It was me at a loss, that hand drifting in the air was my free soul, groping. Over on the other side of that hill was where my father was killed, and I was sick I’d never painted him. The hill finally became a portrait of him. I spent the whole winter on the painting – it was just the one way I could free this horrible feeling that was in me – and yet there was a great excitement. For the first time in my life, I was painting with a real reason to do it.”

Pablo Picasso ‘Casagemas in zijn kist’ 1901 detail
It’s easy to describe the leaves in the Autumn
And it’s, oh so easy in the Spring
But down through January and February
 It’s a very different thing
On and on and on through the winter of our discontent
When the wind blows up the collar and the ears are frostbitten too
Van Morrison – A Sense of Wonder

The Buddha taught the Five Remembrances, a compilation to recite at the end of every day, as an exercise to lessen our fear of death and remind us of the preciousness of life. Keeping this awareness alive in our daily life can help us see clearly how to make good use of the time we still have.

I am of the nature to grow old.
There is no way to escape growing old.

I am of the nature to have ill health.
There is no way to escape ill health.

I am of the nature to die.
There is no way to escape death.

All that is dear to me and everyone I
love are of the nature to change.
There is no way to escape being separated from them.

My actions are my only true belongings.
I cannot escape the consequences of my actions.
They are the ground upon which I stand.

(bron: Thich Nhat Hahn ‘The art of living’)

Pablo Picasso ‘Casagemas in His Coffin’ 1901

tussen hebben en zijn


Claude Monet ‘Nymphéas’ detail
Luister tijdens het lezen van deze column naar: Passenger & Gregory Alan Isakov ‘Kathy’s Song’ (Simon & Garfunkel Cover)
For us, there is only the trying,
The rest is not our business.
T.S. Eliot

In mijn krant lees ik dat we gedurende ons leven zo’n 200 duizend voorwerpen verliezen, plus geld, relaties, verhuizingen en geliefden, een indrukwekkende opsomming die tot nadenken stemt. De biologie leert ons dat over een periode van zeven jaar al onze lichaamscellen zich ten minste eenmaal vernieuwd hebben. Wat we hebben, hadden, waren of zijn is dus volstrekt onbestendig.

Voor mij is dat ook wat de waterlelie schilderijen van Claude Monet (1840-1926) laten zien. Monet is een van de belangrijkste schilders van het impressionisme, zijn zonsopgang (Impression, soleil levant/ Impressie, opkomende zon) geeft er zelfs haar naam aan. De wereld van de objecten is slechts een façade. De wereld erachter is ongrijpbaar en bestaat slechts uit een samenspel van licht en water alleen kenbaar in het moment en ieder moment weer anders.

Het onderwerp van veel Japanse prenten en schilderijen is vaak het drijvende of vlietende leven. De schoonheid van de kersenbloesem is niet de bloei zelf, maar het vallen van de blaadjes. In zijn tuin met Japanse boogbrug in Giverny werk Monet onvermoeibaar aan zijn Nymphéas. Zijn verf brengt hij vaak ongemengd aan op een helderwit doek. Het licht is zijn uitgangspunt en op zijn doeken krijgen zelfs de schaduwen kleur. Zijn waterlelies zet hij op in brede kwaststreken, elk onderdeel met een eigen richting, structuur en kleur. Laag over laag, het proces kan maanden soms jaren duren en langzaam ontstaat de atmosferische abstractie die we nog altijd bewonderen. Kijkend naar deze schilderijen verliezen we ons in de spiegeling, niet meer wetend wat onder en wat boven, wat water en wat lucht, is.

Interessant is in dit verband ook het veel eerdere en onbekendere schilderij van Monet ‘Camille op haar doodsbed’ uit 1879. Bij haar overlijden schildert Monet zijn vrouw Camille voor de laatste maal in een uiterst nuchtere weergave van de feiten. In een gesprek met een vriend vertelt Monet waaraan hij dacht op het moment dat zijn vrouw dood voor hem op bed lag:
“Toen ik aan het doodsbed zat van de vrouw die me zo dierbaar was geweest en die dat nog steeds was, betrapte ik me erop dat ik starend naar haar ongelukkige voorhoofd, werktuigelijk de opeenvolging van kleurgradaties analyseerde die de dood over haar bewegingloze gezicht legde. Schakeringen van blauw, van geel, van grijs en wat al niet.

Ergens tussen hebben en zijn verliezen we ons leven, soms echter kunnen we voor heel even alles in één geconsenteerd moment vangen. Er wordt niets opgelost, slechts in het moment is er evenwicht.

And as I watch the drops of rain
Weave their weary paths and die
I know that I am like the rain
Paul Simon ‘Kathy’s Song’
Claude Monet ‘Camille op haar doodsbed’ detail

het Goudblommeke in Papier

M.C. Escher Metamorphose III (detail)

(een surrealistische wandeling door Brussel)

Alles wat we zien, verbergt iets anders.
We willen altijd ontdekken wat achter het
zichtbare verborgen ligt.
René Magritte
luister tijdens het lezen van deze column naar: All Along the Watchtower van Bob Dylan uitgevoerd door Afterhere
Het Goudblommeke in Papier (La Fleur en Papier Doré) liefkozend ook wel ’t Blommeke genoemd, was de stamkroeg en ontmoetingsplek van de Brusselse surrealisten. René Magritte had hier lang voor hij beroemd werd zijn eerste tentoonstellingen. George Remi (Hergé) en Jacques Brel waren hier trouwe bezoekers. Na de oorlog ontmoetten kunstenaars als Pierre Alechinsky, Christian Dotremont en Jean Dubuffet (de vader van de ‘Art Brut’) elkaar hier, evenals schrijvers Louis Paul Boon en Hugo Claus. Laatstgenoemde vierde hier in 1955 zijn eerste huwelijksfeest. De mengelmoes van kunst, brocante en kitsch die ze achterlieten is er nog steeds te zien. Graffiti als ‘Philologue, il est permis de se taire dans toutes les langues’ (taalkundige u mag zwijgen in alle talen) en ‘Chacun a droit à 24 heures de liberté par jour’ (Een ieder heeft recht op 24 uur vrijheid per dag)  illustreren de gemoedstoestand.

Met geliefde S op de thee bij Victor Horta in Musée de la Bande Dessinée

Op bezoek bij Victor Horta aan de Rue Américaine kijken geliefde S en ik vanaf balkon Europa naar de mallemolen van het leven in de stad Brussel, een leven dat schijnt te rijmen met vrijheid. Via de functionele krullen en rondingen van de Art Nouveau belanden we in de getekende werkelijkheid van de negende kunst.

M.C. Escher Metamorphose I

Op zoek naar de Nederlandse graficus Escher verdwalen we in de Brusselse voorstad Ukkel, wat rijmt op sukkel. Hier belanden we in de wereld van Eschers eeuwig veranderende en altijd hetzelfde blijvende Metamorphosen. Met Escher metamorfoseren we van waarnemers van statische landschappen tot waarnemers van het dynamische dromen waarin het leven zelf zich tracht te verbeelden. Aan de vooravond van de tweede wereldoorlog werkt Escher tussen oktober 1939 en maart 1940 zes maanden bijna onafgebroken aan zijn grote houtsnede Metamorphose II. Zelf noemt hij het een ‘kinderlijke associatie-drang’, wat naadloos aansluit bij het spel dat hij als kind al speelde. Als kind las hij graag sprookjes en speelde hij een spel van associëren met gedachten. Als begin- en eindpunt nam hij twee volkomen willekeurige woorden die hij probeerde met elkaar in een ‘logisch’ verband te brengen. In zijn ‘grafische spel’ laat Escher de regelmatige vlakverdelingen, die oneindig kunnen doorgaan, niet eeuwig doorgaan maar eindeloos veranderen. Deze vormverandering zet hij vervolgens in een kringloop doordat begin en einde identiek zijn. In de weergaven van een tweedimensionaal Italiaans landschap wisselen plat en ruimtelijk elkaar onophoudelijk af. Als een houterig Aziatisch poppetje vallen we over de rand en plonzen we naast Icarus in ‘Sea of Tranquillity’ van David en Alice van Buuren.

‘De val van Icarus’ kopie ‘uit de kring van Pieter Bruegel (de Oudere) detail

De beroemde Val van Icarus, hier in een vroege, ongedateerde en ongesigneerde, kopie ‘uit de kring van Pieter Bruegel (de Oudere)’ hangt als pronkstuk bij David en Alice boven de bank.  In een wat witter en minder betoverend licht dan op het origineel zien we ook hier Icarus in een hoekje van het schilderij verdrinken. Ondertussen staart de visser naar zijn dobbertje, hoedt de herder zijn schapen en ploegt de boer zijn akker. Waar we in het origineel naar een ondergaande zon kijken, staat de zon hier hoog aan de hemel, wat natuurlijk het andere licht verklaart. Ook in kopie is de wereld nog steeds dezelfde magische plek, waar een gouden schip op weg is naar onontdekte steden, of verder nog, een land achter de horizon, waar helden uit de hemel vallen terwijl herders leunend op hun staf een dutje doen. Vanaf de bovenrand staart Daedalus, die in het origineel afwezig moet zijn, ons vragend aan. Etend van de perziken der sterfelijkheid vallen we door de kleurrijke wereld van Rik Wouters.

Rik Wouters ‘Stilleven met perziken’ (zomer 1914) detail

‘Stilleven met perziken’ (zomer 1914) is een onvoltooid gebleven schilderij van Rik Wouters en een hommage aan zijn vriend Paul Cézanne. Opgezet in de nacht voor Rik Wouters werd afgevoerd naar het slagveld van de eerste wereldoorlog. Daar in dat slachthuis sneuvelt hij overigens niet, maar openbaren zich wel de eerste symptomen van de ziekte, kanker, waaraan hij uiteindelijk zal overleiden. Vanaf oktober 1914 woont hij met zijn echtgenote Nel in Nederland, eerst in een interneringskamp in Amersfoort en later in een appartement in Amsterdam. Hij wordt verschillende malen geopereerd, de pijn maakt het werken steeds moeilijker, toch blijft zijn werk ook in die tijd kleurrijk en helder. De laatste maanden van zijn leven zijn een lijdensweg. Hij sterft uiteindelijk in juli 1916. Via de ijzeren bollen van het Atomium tuimelen we de slaapkamer van René en Georgette Magritte binnen.

‘Als je gedachte hier neerstrijkt aan de rand van de droom, herinner je’
(tekst op een handgeknoopt wollen tapijt dat bij René en Georgette Magritte voor het bed lag)

tekst: Paul Nougé/ compositie: René Magritte/ uitvoering: Georgette Magritte
René Magritte ‘De stem van het bloed’ detail

Samen vertellen ze ons hun liefdesverhaal. In 1913 kort na de tragische zelfdoding van zijn moeder, ontmoette René Magritte op een lokale kermis Georgette Berger, hij is dan nog maar 15 jaar oud toch worden ze verliefd. Maar een speling van het lot trok ze uit elkaar, pas jaren later zouden hun paden elkaar opnieuw kruisen, nu in een kunsthandel in Brussel. Ze werd zijn muze en in 1922 zijn vrouw, ‘the rest is history’.

René Magritte ‘Het mentale universum’ (1947)

Op de klanken van ‘A day in the life’ en het schilderij ‘Le Jeu de Mourre’ van René Magritte zien we waar Beatle Paul McCartney zijn inspiratie voor het Apple-logo vandaan heeft. Les Mots et Les Images. Magritte gebruikte geen woorden om schilderijen aan te vullen, maar om ze een geheel nieuwe betekenis te geven. Hij wilde de toeschouwer de link tussen de beelden en de woorden laten vinden, zelfs als het leek alsof die er niet was. Het was een nieuwe vorm van taal die Magritte gebruikte voor een fase van zijn artistieke leven, en waar hij tijdens zijn verdere carrière af en toe op terugkwam. Soms probeerde hij woorden en afbeeldingen te verenigen als overeenkomende objecten. Magritte dacht goed na over de titels van zijn kunstwerken. Hij wilde een deel van zijn ideeën, gedachten en dromen laten zien, maar ook de kijker uitdagen. Magritte schilderde soms meerdere keren hetzelfde object maar gaf het telkens een andere naam, waardoor de betekenis van het nieuwe werk verschilt van de vorige. Hij raadpleegde zijn surrealistische collega’s zelfs voor advies over de titels. La Trahison des Images (Het verraad van beelden) is een goed voorbeeld van zijn gebruik van titels. Met de schriftelijke verklaring ‘ Ceci n’est pas une pipe’ (dit is geen pijp), laat Magritte ons zien dat het in feite geen echte pijp was, maar het schilderij van een pijp. Op het moment dat je begint te begrijpen wat Magritte bedoelt ontsnapt het je vaak al weer.

“Als Magritte even goed schildert als hij schaak speelt, heeft hij nog veel werk.” Dat was de reputatie die René Magritte genoot toen hij zijn doeken in café La Fleur en Papier Doré probeerde te verkopen. Gevieren doen we ons daar tegoed aan moules et frites overgoten met Gueuze en Kriek. Via ’t Blommeke maken we een full circle om te eindigen waar we begonnen in de eindeloze kringloop van Escher.


M.C. Escher Metamorphose III (detail)
Mijn altijd kritische vriend Ben “je kunt alles overdrijven” vraagt me wat die muziek toch altijd in mijn ‘stukjes’ doet, om nog maar te zwijgen over alle citaten en illustraties. Natuurlijk weet ik dit wel maar tijdens de tentoonstelling ‘The Joy of Nature’ hoor ik het ook nog eens van David Hockney. De muziek (voor Hockney Wagner of Schumann) intensiveert de beleving van natuur, kunst of andere ervaringen.
Hockney citeert trouwens uit brieven van Vincent van Gogh, waarin deze aangeeft dat de muziek van Wagner op hem een vergelijkbaar effect heeft. Ooit volgde Vincent orgelles, dat was geen succes: de muzikale akkoorden begon hij te vergelijken met Pruisischblauw en cadmiumgeel zodat de instructeur hem al gauw voor gek verklaarde. In een brief aan zijn zuster Willemien vergeleek Van Gogh de schilderkunst met muziek, meer bepaald met de muziek van Richard Wagner. Met zijn broer Theo bezoekt hij verscheidene Wagnerconcerten in Parijs. Met Gauguin bezoekt hij in Arles een open-air concert waar de ouverture van Tannhäuser wordt gespeeld.
“Je lis un livre sur Wagner que je t’enverrai après – quel artiste – un comme ça dans la peinture, voilà ce qui serait chic.– Ça viendra. “ (Brief aan Theo van Gogh, 6 juni 1888)
Harpist Remy van Kesteren, ‘die alleen nog werk van levende componisten speelt’, mag voor Hockney optreden tijdens de opening van de tentoonstelling ‘The Joy of Nature’. “Dat betekent dat hij mijn muziek zal horen en dat vind ik eerlijk gezegd nogal wat. Ik heb begrepen dat hij lijdt aan synesthesie of misschien is het wel een zegen in plaats van een lijden. Het betekent dat hij kleuren ziet als hij muziek hoort en dat intrigeert me hogelijk.” De wisselwerking tussen de verschillende kunstvormen is een boeiend gegeven en vaak is de combinatie meer dan de som der delen.
‘La grande photo des surrealists’ voor café ‘La Fleur en Papier Doré’  (detail)

een atmosferisch perspectief

 
Bas Jan Ader ‘In search of the miraculous’ (detail)
Luister tijdens het lezen van deze column naar: het lied ‘Carry Me’ van David Crosby en afkomstig van het album ‘Wind on the Water’ (1975) uitgevoerd door David Crosby en Graham Nash.
“daar waar je niet bent, daar is het geluk.”
Johann Wolfgang von Goethe

Nadat hij in Amerika art classes heeft gevolgd, is getrouwd, kunstwerken heeft gemaakt en Nederlands met een Amerikaans accent heeft leren spreken, vaart Bas Jan Ader op 9 juli 1975 in een zeilbootje van vier meter lang de haven van Chatham, Massachusetts, uit, voor een solozeiltocht over de Atlantische Oceaan. De zeiltocht vormt het middendeel van een triptiek getiteld ‘In search of the miraculous’ dat echter onvoltooid zou blijven. Na vertrek wordt Bas Jan nog een paar keer gezien, heeft hij nog een aantal dagen radiocontact om daarna te verdwijnen. Negen maanden later wordt zijn lege bootje voor de Ierse kust aangetroffen.

Korrie Besems ‘Daar waar je niet bent daar is het geluk,’ lichtkunstwerk als rebus

Daar waar je niet bent daar is het geluk, dit citaat van Goethe is tevens de titel van het licht kunstwerk van Korrie Besems, dat van 1991 tot maart 2017 te zien was aan de gevel van het Woudagebouw in de Lange Nieuwstraat in Utrecht. Het werk is in 1991 in opdracht van het Centraal Museum gemaakt voor de lichtkunst-tentoonstelling Nachtregels/ Night Lines. Hoewel het kunstwerk helaas al tijden niet meer ‘aan’ is geweest, lijkt het met de verwijdering de spot te drijven met zijn eigen titel. Mensen, kunstenaars en zelfs kunstwerken schijnen maar zelden tevreden daar waar ze zijn. Ik weet niet of de Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader ook vertrouwd was met het citaat van Goethe, maar hij heeft er zeker de ultieme consequentie uit getrokken.

De tragiek en tegelijkertijd schoonheid van het mislukken zijn het centrale thema in Bas Jan Aders werk. Vaak gesymboliseerd door het vallen en vallen kon Bas Jan als geen ander. Al fietsend door Amsterdam plonst hij de Prinsengracht in, zittend op de nok van zijn huis in Los Angeles valt hij achter de struiken en als hommage aan Mondriaan en het nieuwe Neoplasticisme valt hij met gele jerrycan en blauwe plaid achter de vuurtoren van Westkapelle op de klinkers.

In wat zijn laatste zeiltocht zal worden, geeft hij zich over aan de oceaan en maakt hij het grootst mogelijke contrast tussen de nietige mens en de machtige natuur. Door helemaal alleen op weg te gaan zoekt hij zijn fysieke en mentale grenzen op en wellicht een mogelijkheid ze op te heffen. Misschien wilde hij een groter geheel of juist zijn eigen begrenzing ervaren. Of het hem gelukt is kan alleen zijn lege bootje navertellen.

When I was a young man, I found an old dream,
Was as battered and worn a one as you have ever seen.
But I made it some new wings and painted the nose,
And I wished so hard up in the air I rose, singing
Carry me, carry me
Carry me above the world
Carry me, carry me, carry me.
“Carry Me” David Crosby

Bas Jan Ader Searchin’ everywhich way (detail)

at the right time at the wrong place or …

Luister tijdens het lezen van deze column naar: Erma (ja zeker de oudere zus van Aretha) Franklin ‘Piece of my heart’
did she break your heart,
a little
good, it needed breaking
(My Week with Marilyn)

Grotten met Boeddha’s, olifanten, muziek en water, waar hij ons drijvend op oude autobanden door heen voert. Geen zee gaat mister Toto, onze gids, te hoog om ons het mooiste in de omgeving van VangVieng in Laos te laten zien.  Langs Hmong dorpen waar zestienjarige schoonheden hun baby de borst geven, hun vaders verveelt rond een biljard hangen en kleurig geklede grootmoeders de moestuintjes verzorgen. Ook schijnt hij precies te weten wanneer we toe zijn aan een pauze, een maaltijd of even in stilte van de kleurenpracht in de grotten of natuur willen genieten.

Tijdens de wandeling van grot naar grot verhaalt hij over het en zijn leven in VangVieng en Laos, om ons aan het eind van een lange dag uit te nodigen voor de Engelse les op zijn avondschool twee uur later. Precies genoeg tijd voor een snelle douch en maaltijd.

At the wrong time at the right place or at the right time at the wrong place, is de thema van deze avond. Tijdens het voorbereiden van mijn verhaal schuiven met veertig jaar vertraging Alexandra en Jaap aan mijn wankele tafeltje aan. Met hun huid zo wit als sneeuw, lippen zo rood als bloed en haar zo zwart als ebbenhout zouden ze broer en zus kunnen zijn. Pas nu realiseer ik me dat ze precies voldoen aan de beschrijving van de hoofdpersoon uit mijn favoriete sprookje. Met haar ravenzwarte haar, kristalheldere lach en vaak wat onhandige gebaren heeft Alexandra me vanaf het allereerste moment betoverd, mijn ogen zoeken haar altijd. Zelf kijkt ze veel liever naar Jaap, die net iets ouder, iets wereldser, iets mondiger en mijn beste vriend is. Jaap echter lijkt Alexandra nauwelijks op te merken en adviseert mij bij iedere stap in mijn hopeloze masterplan. Alexandra’s belangstelling gaat echter uit naar iedereen behalve mij. Werk en studie voeren ons verschillende kanten op en zo verdwijnt Alexandra al snel uit mijn leven, maar nooit helemaal uit mijn hart. De afspraken en vertrouwelijke gesprekken met Jaap gaan nog een tijd door. Op een moment dat we veel ouder en wijzer, stakkerig wijs, zijn zal Jaap me toevertrouwen dat hij, in de tijd dat ik alleen oog had voor Alexandra, verliefd op me was. Op dat moment ook realiseer ik me hoe hemelsbreed en flinterdun de scheidslijn tussen mij en de ander is, hoe fluïde de grenzen zijn die we zo graag messcherp en glashelder trekken.

Voor de Engelse les in VangVieng wellicht net iets te veel. In het schelle tl-licht van het holklinkende klaslokaal vertel ik het verhaal van de Italiaanse Maria en Giacomo die de zomerse hitte van Rome denken te ontvluchten door op vakantie naar Stockholm te gaan, om bij aankomst te ontdekken dat daar een hittegolf heerst die de temperatuur nog verder opdrijft dan in Rome.

at the wrong time at the right place or …

break it!
break another little bit of my heart now, darling
Erma Franklin – Piece of My Heart
Johannes Vermeer ‘De schilderkunst’ 1666-1668(detail)

de perfecte spiegel

Foto: Earthrise
Luister tijdens het lezen van deze column naar: Miles Davis – Round About Midnight (1967) Miles Davis Quintet featuring Wayne Shorter, Herbie Hancock, Ron Carter, and Tony Williams. Recorded at Berlin, Germany, November 4, 1967
“We came all this way to explore the Moon,
and the most important thing is
that we discovered the Earth.”
William ‘Bill’ Anders

In een oud zen verhaal, misschien van de Japanse zenmeester Dogen, misschien ook van mijn grootmoeder, die ook veel van zen wist, zit een jonge monnik diep verzonken in zijn meditatie. Natuurlijk komt er dan die onvermijdelijke oude zenmeester langs die de jonge monnik vraagt wat hij aan het doen is. Misschien vraagt hij zelfs wel: wat ben jij in vredesnaam aan het doen. Waarop de jonge monnik hem geduldig uitlegt dat hij aan het mediteren is om verlichting te bereiken. Wij snappen natuurlijk meteen dat hier iets fundamenteel mis is, maar misschien moeten we die gedachte nog even parkeren. De oude zenmeester zegt in ieder geval ook niets en pak twee stenen die hij langs elkaar begint te schuren. Eerst probeert de jonge monnik hem te negeren maar hij kan het uiteindelijk niet na laten te vragen wat de oude zenmeester (in vredenaam?) aan het doen is. ‘Ik slijp deze stenen tot het perfecte spiegels zijn’, is het antwoord van de oude zenmeester. Haha, zegt de jonge monnik, dat is onmogelijk. Ja, zegt de oude zenmeester – waarschijnlijk met een twinkeling in zijn ogen – dat weet ik en jij probeert precies hetzelfde. Wanneer we vanaf onze geboorte al verlicht zijn, waarom zouden we dan nog die onmogelijke en tot mislukken gedoemde taak op ons nemen een ruw stuk rots tot een perfecte spiegel te slijpen. Wellicht juist omdat het een onmogelijke en tot mislukken gedoemde taak is, die onmogelijk tot resultaat kan leiden, misschien moeten we het daarom juist doen.

Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar Miles Davis – Round About Midnight (1967). Miles Davis, zonder wie de muziek van de twintigste eeuw anders geklonken zou hebben, had zo zijn eigen ideeën over actie en perfectie. Hij had de irritante gewoonte muzikanten te ontslaan zo gauw ze foutloos begonnen te spelen. Wanneer hij met iemand op het podium stond die controle leek te hebben over alle nummers kreeg Miles er genoeg van, want, zo zei hij, als je stopt met fouten maken stop je met leren. Hij ging zelfs nog een stap verder. Vergissingen bestaan niet, zei hij, dat je iets bestempelt als een vergissing is jouw oordeel en zegt alleen iets over jouw verwachtingen. Het zijn nu juist dat oordeel en die verwachtingen die je ervan weerhouden om simpelweg te luisteren naar het eindresultaat. Als je iets wilt spelen dat nog niet bestaat en wat nooit eerder is gedaan, dan bestaan er per definitie geen fouten. Je hebt hooguit iets nieuws gemaakt. Je hebt iets gecreëerd dat nog niet bestond. Sterker nog, soms zitten in die zogenaamde fouten de mooiste vondsten. Wanneer je wilt blijven leren, is het maken van fouten onontbeerlijk. Het altijd maar willen voorkomen van fouten is hetzelfde als blijven hangen in herhaling. Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg, is een uitspraak van Albert Einstein, en is precies wat een artiest als Miles Davis niet wilde.

Zoals onze oude zenmeester het misschien zou verwoorden, ‘het is niet de activiteit die naar het doel leidt, maar het is de activiteit die het doel is’.

Maar ja wat praat ik, het nummer So What van diezelfde Miles Davis legt alles veel beter uit, luister maar.

Jackson Pollock: Blue Poles also known as Number 11 1952 detail
Foto: Earthrise,
Dat de Apollo-8 langs de achterkant van de maan vloog was eigenlijk toeval. De astronauten zagen de maan van dichtbij en maakten er kleurenfoto’s van. Een van de beroemdste foto’s die Bill Anders tijdens deze missie zou maken is Earthrise, op de voorgrond zien we het maanoppervlak, daarachter zien we de aarde opkomen. Daarna zullen er nog miljoenen satellietfoto’s van de aarde gemaakt worden, steeds perfecter. Tot we alles zien, onze tekortkomingen in de gedaante van vluchtelingenkampen en ontbossing, ons wankelmoedig streven naar zonne-energie, tot de ozongaten in ons lot, maar vooral de schoonheid van het aardoppervlak met de kleur korrel en huid van een schilderij van Jackson Pollock.