Blog

Tussen proza, poëzie en beeld tracht ik iets van de tover in ons leven zichtbaar te maken

Foto: Earthrise
Luister tijdens het lezen van deze column naar: Miles Davis – Round About Midnight (1967) Miles Davis Quintet featuring Wayne Shorter, Herbie Hancock, Ron Carter, and Tony Williams. Recorded at Berlin, Germany, November 4, 1967
“We came all this way to explore the Moon,
and the most important thing is
that we discovered the Earth.”
William ‘Bill’ Anders

In een oud zen verhaal, misschien van Dogen, misschien ook van mijn grootmoeder, die ook veel van zen wist, zit een jonge monnik diep verzonken in zijn meditatie. Natuurlijk komt er dan die onvermijdelijke oude zenmeester langs die de jonge monnik vraagt wat hij aan het doen is. Misschien vraagt hij zelfs wel: wat ben jij in vredesnaam aan het doen. Waarop de jonge monnik hem geduldig uitlegt dat hij aan het mediteren is om verlichting te bereiken. Wij snappen natuurlijk meteen dat hier iets fundamenteel mis is, maar misschien moeten we die gedachte nog even parkeren. De oude zenmeester zegt in ieder geval ook niets en pak twee stenen die hij langs elkaar begint te schuren. Eerst probeert de jonge monnik hem te negeren maar hij kan het uiteindelijk niet na laten te vragen wat de oude zenmeester (in vredenaam?) aan het doen is. ‘Ik slijp deze stenen tot het perfecte spiegels zijn’, is het antwoord van de oude zenmeester. Haha, zegt de jonge monnik, dat is onmogelijk. Ja, zegt de oude zenmeester – waarschijnlijk met een twinkeling in zijn ogen – dat weet ik en jij probeert precies hetzelfde. Wanneer we vanaf onze geboorte al verlicht zijn, waarom zouden we dan nog die onmogelijke en tot mislukken gedoemde taak op ons nemen een ruw stuk rots tot een perfecte spiegel te slijpen. Wellicht juist omdat het een onmogelijke en tot mislukken gedoemde taak is, die onmogelijk tot resultaat kan leiden, misschien moeten we het daarom juist doen.

Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar Miles Davis – Round About Midnight (1967). Miles Davis, zonder wie de muziek van de twintigste eeuw anders geklonken zou hebben, had zo zijn eigen ideeën over actie en perfectie. Hij had de irritante gewoonte muzikanten te ontslaan zo gauw ze foutloos begonnen te spelen. Wanneer hij met iemand op het podium stond die controle leek te hebben over alle nummers kreeg Miles er genoeg van, want, zo zei hij, als je stopt met fouten maken stop je met leren. Hij ging zelfs nog een stap verder. Vergissingen bestaan niet, zei hij, dat je iets bestempelt als een vergissing is jouw oordeel en zegt alleen iets over jouw verwachtingen. Het zijn nu juist dat oordeel en die verwachtingen die je ervan weerhouden om simpelweg te luisteren naar het eindresultaat. Als je iets wilt spelen dat nog niet bestaat en wat nooit eerder is gedaan, dan bestaan er per definitie geen fouten. Je hebt hooguit iets nieuws gemaakt. Je hebt iets gecreëerd dat nog niet bestond. Sterker nog, soms zitten in die zogenaamde fouten de mooiste vondsten. Wanneer je wilt blijven leren, is het maken van fouten onontbeerlijk. Het altijd maar willen voorkomen van fouten is hetzelfde als blijven hangen in herhaling. Je doet wat je altijd al deed en dat is precies wat een artiest als Miles Davis niet wilde.

Zoals onze oude zenmeester het misschien zou verwoorden, ‘het is niet de activiteit die naar het doel leidt, maar het is de activiteit die het doel is’.

Maar ja wat praat ik, het nummer So What van diezelfde Miles Davis legt alles veel beter uit, luister maar.

Jackson Pollock: Blue Poles also known as Number 11 1952 detail
Foto: Earthrise,
Dat de Apollo-8 langs de achterkant van de maan vloog was eigenlijk toeval. De astronauten zagen de maan van dichtbij en maakten er kleurenfoto’s van. Een van de beroemdste foto’s die Bill Anders tijdens deze missie zou maken is Earthrise, op de voorgrond zien we het maanoppervlak, daarachter zien we de aarde opkomen. Daarna zullen er nog miljoenen satellietfoto’s van de aarde gemaakt worden, steeds perfecter. Tot we alles zien, onze tekortkomingen in de gedaante van vluchtelingenkampen en ontbossing, ons wankelmoedig streven naar zonne-energie, tot de ozongaten in ons lot, maar vooral de schoonheid van het aardoppervlak met de kleur korrel en huid van een schilderij van Jackson Pollock.
Luister tijdens het lezen van deze column naar: Tupelo Honey van Van Morrison uitgevoerd door Reina del Cid
If you want others to be happy, practice compassion.
If you want to be happy, practice compassion.
Dalai Lama

Op de markt van voorspoed en geluk rond het bezoek van de veertiende Dalai Lama aan Nederland tref ik ook de goedlachse in het wit geklede Sasi Lama. Hij verkoopt hier stekjes van de originele Pipal- of Bodhiboom (Ficus religiosa) waaronder de Boeddha in Bodh Gaya in India de inzichten kreeg die hij in zijn latere leven zou onderwijzen.

Bomen zijn belangrijk in alle fases van het leven van prins Siddhartha Gautama. Zo wordt hij onder een Salboom (Shorea robusta) geboren terwijl zijn moeder, koningin Maya, zich vasthoudt aan de takken van deze boom. Speelt hij in zijn jeugd onder de bomen in de paleistuin, waken ze over hem tijdens zijn ascese in de bossen en zijn ze getuigen bij zijn onderricht aan hoven en in tuinen en parken. Tenslotte zal hij sterven onder twee Sal bomen.

De boom als symbool voor levenskracht en standvastigheid. Twee zaken die volgens de Dalai Lama onontbeerlijk zijn bij onze zoektocht naar geluk. Voor de Dalai Lama, en wie zal hem tegenspreken, is het doel van ons leven een zoektocht naar geluk. Hiervoor moeten we nadrukkelijk bereid zijn ons leven ook daadwerkelijk op geluk te richten. Het doorzien van onze negatieve emoties die ons naar pijn leiden en onze positieve emoties die ons naar geluk voor onszelf en anderen leiden. Bij iedere stap kunnen we ons afvragen of die stap ook tot meer geluk leidt. Leren, onze zelfkennis verdiepen en een gedisciplineerd leven zijn hiertoe volgens de Dalai Lama de sleutels. Leren niet zozeer om ons slimmer te maken, maar gericht op een verandering van binnenuit, gericht op het ontwikkelen van een goed hart. Via meditatie kunnen we de ware staat van onze geest en hoe die werkt leren kennen en daarmee ook leren ons leven op geluk te richten. Het observeren van het zelf en het leren kennen van de werking van de geest is het belangrijkste dat we kunnen doen. Wellicht dat ook hier het doel – geluk – en de middelen – studie, zelfkennis en discipline – voor een belangrijkdeel samenvallen.

Het laatste ingrediënt voor een gelukkig leven is de spirituele dimensie. In het onderwijs van de Boeddha vinden we een raamwerk dat ons kan helpen bij het leiden van een gelukkig leven. Iets dat we volgens de Dalai Lama prima los kunnen zien van het Religieuze Boeddhisme, waar hij westerlingen overigens liever vanaf houdt dan naar toe voert. Een vorm van seculier Boeddhisme dus, waarbij het gaat om de inzichten en het gedachtengoed. Volgens de Dalai Lama zullen we wanneer we de werking van onze geest beter leren kennen ons ook compassievoller opstellen. Compassie is in zijn visie een onlosmakelijk onderdeel van onze natuur en misschien wel de belangrijkste sleutel tot ons geluk. Compassie geeft ons de mogelijkheid ons daadwerkelijk te verbinden met de ander, daarvoor moeten we van compassie dan wel een activiteit maken die verder gaat dan passief meeleven.

O ja, het stekje van de Bodhiboom gedijt trouwens uitstekend. De gedachte dat ik na vijfentwintig jaar goede zorgen en meditatie onder dit stekje mijn moment van inzicht mag beleven stemt me nu al gelukkig.

True spirituality is a mental attitude, that you can practice at any time
Dalai Lama
op allerlei manieren probeer ik de oude emmer te behouden,
de band van bamboe is zwak en kan ieder moment breken,
tenslotte valt de bodem eruit,
geen water meer in de emmer, geen maan meer in het water
Mugai Nyodai
Yoshitoshi: Lady Chiyo (Mugai Nyodai) and the Broken Water Bucket
(from the series: 100 Aspects of the Moon)
Wanneer we bedenken dat de reflectie van de maan in het water vaak het symbool is voor illusie en vergankelijkheid dan illustreert de dichteres Mugai Nyodai (Lady Chiyo) hier op fraai wijze haar moment van verlichting. Overigens was Mugai Nyodai in de 13e eeuw de eerste vrouwelijke zen meester.
Luister tijdens het lezen van deze column naar: Astor Piazzolla’s – ‘Oblivion*’ uitgevoerd door: Friedrich Kleinhapl, Violoncello en Andreas Woyke, Piano

Op de tentoonstelling ‘Escher op reis’ in het Fries Museum volgen we de graficus op de voet. Van Nederland waar hij opgroeit en studeert, naar Italië waar hij productief en gelukkig is. Hier ook legt hij zijn karakteristieke vergezichten vast en schetst hij in sterke lichtdonker contrasten Rome bij nacht. Verder naar Zwitserland, waar de uitgestrekte sneeuwlandschappen hem ongelukkig maken. Naar Spanje waar de Moorse kunst in het Alhambra hem inspireert tot zijn latere prenten van complexe beelden en onmogelijke werelden, die voor het merendeel in zijn atelier in Baarn ontstaan. Een bekend verhaal, prachtig verteld.

M.C. Escher tekening 1924

Toch mis ik iets.
Een tekenaar en graficus die veelvuldig de techniek van de houtsnede beoefent en zijn houtsneden vaak handmatig afdrukt, moet in mijn ogen beïnvloed zijn door de Japanse prentkunst, waar deze techniek tot grote en zeer verfijnde hoogte ontwikkeld is.
Escher gebruikt in veel van zijn landschappen een ‘ouderwets’ perspectief waardoor het beeld tegelijk plat en diep lijkt. Vaak ook plaatst hij een groot voorwerp of repoussoir op de voorgrond, waardoor deze dichterbij komt en de achtergrond nog verder weg wijkt. Technieken die we ook in de Japanse prentkunst terugzien. De expositie rept er met geen woord over. Toch groeide Escher op met Japanse kunst om zich heen. Zijn vader werkte vóór zijn huwelijk in Japan als waterbouwkundig ingenieur en was een van de acht Nederlandse ‘Watermannen’ die tussen 1873 en 1878 op uitnodiging van de keizer in Japan werkzaam waren. Van deze reis had hij van alles mee naar huis genomen. Op een foto van Eschers jongenskamer zien we boven een kastje een grote (originele?) prent uit Japan hangen. Met het suggereren van diepte zonder centraal perspectief was Escher dus van jongs af aan vertrouwd.

Maar ook op een ander, meer filosofisch vlak heeft zijn werk raakvlakken met de Japanse cultuur. Mijn favoriete prent van Escher is ‘Drie werelden’, een litho uit 1955.

M.C. Escher ‘Drie Werelden’ 1955

Voor hij in zijn atelier aan het werk gaat, maakt Escher graag een ‘draaiommetje’ in het bos rondom zijn huis. Dat inspireerde hem tot deze prent, waarin hij op natuurlijk wijze drie lagen van de werkelijkheid samenbrengt in een beeld. We zien hemel en bos, het wateroppervlak en alles dat zich daaronder bevindt.

M.C. Escher ‘Modderplas’ 1952

Iets vergelijkbaars zien we in ‘Modderplas’ een houtsnede uit 1952, de bruine modderplas fungeert als spiegelwereld van een wolkeloze vollemaannacht. Daarmee kijken we in de prent tegelijkertijd naar beneden en naar boven. De bomen zijn overigens niet de bomen rond zijn atelier in Baarn maar hij ontleent ze aan een eerdere prent uit 1933 gemaakt in Calvia op Corsica.

M.C. Escher ‘Rimpeling’ 1950

In ‘Rimpeling’, een linoleumsnede uit 1950, toont Escher niet enkel de reflectie, maar ook het wateroppervlak zelf. Door de rimpeling vervormt de weerspiegeling. Het idee voor deze prent kreeg hij tijdens een boswandeling, wanneer hij ziet hoe een eekhoorn een eikel in het water laat vallen. Het perspectivisch correct weergeven van de rimpeling van het wateroppervlak blijkt een enorme opgave te zijn. Escher studeert er lang op.

In de modderplas reflecteert de volle maan nog als een perfecte gouden schijf, in rimpelingen is die schijf al aardig aangetast. De bodem is nog lang niet uit mijn emmer; hoewel het voorlopig niet meer dan vermoedens zijn, is mijn zoektocht naar de Japanse invloed in het werk van Escher begonnen.

Yoshitoshi: Lady Chiyo (Mugai Nyodai) and the Broken Water Bucket – detail – (from the series: 100 Aspects of the Moon)
wabi-sabi (Japanese) is a way of living that focuses on finding beauty whitin the
imperfections
of life and accepting peacefully the natural cycle of growth and decay
luister tijdens het lezen van deze column naar: Keith Jarrett The Köln Concert Part IIc

De jonge zen monnik had zich suf geharkt en alle bladeren rond de eeuwenoude boom in de prachtige tuin verwijderd. Toen de oude meester langs kwam schudde hij aan de boom, prompt vielen er natuurlijk weer bladeren in de zojuist aangeharkte tuin. ‘Zo is het mooi’ sprak de oude meester.

De tien is voor God, de negen voor de Juf, de rest is aan jullie, was een gevleugelde uitspraak van juffrouw De Korte, mijn onderwijzeres in klas drie van de lagere school. Zo leerde ik al vroeg dat perfectie een idee is dat alleen in ons hoofd bestaat en niet in de realiteit.

Het is 24 januari 1975 en de getuigen van Jehova hebben zojuist voor de vierde keer het einde van de wereld voorspeld. Pianist Keith Jarrett rijdt die dag in een Renault 4 van Zürich naar Keulen, zeshonderd kilometer in een sardineblikje. Hij komt geradbraakt aan bij het operagebouw in de Keulse Altstadt waar hij die nacht, na afloop van een opera-uitvoering, geacht wordt nog een concert te geven. Voor dit concert heeft hij gevraagd om een Bösendorfer 290 Imperial concert grand piano, in plaats daarvan staat er echter een veel kleinere baby grand piano voor hem klaar, een oefenpiano die ook nog eens in een abominabele staat verkeert. Jarrett, geplaagd door rugpijn en slaapgebrek, is de wanhoop nabij. Het concert is echter uitverkocht en annuleren is op dit late tijdstip nauwelijks nog een optie. Op het laatste moment worden twee Neumann microfoons en een Telefunken bandrecorder aangesleept om een privé opname te maken. Buiten regent het inmiddels.

Alle beperkingen leiden echter tot een eenmalig kristalhelder kunstwerk, een epos van toeval, een stream of consciousness van noten. Omdat de oefenpiano veel te klein is voor de enorme zaal moet het publiek met volle aandacht luisteren, het zorgt voor een uitzonderlijke intimiteit. Jarrett bespeelt vooral het middenstuk van zijn klavier omdat het instrument zwak is in de hoge en lage registers, tegelijkertijd probeert hij dat gemis door tal van muzikale kunstgrepen weer op te heffen. Jarrett’s vriend en uitgever Manfred Eicher zou over dit concert opmerken: Probably Jarrett played it the way he did because it was not a good piano. Because he could not fall in love with the sound of it, he found another way to get the most out of it.

De later uitgebrachte dubbelelpee zou een van de bestverkopende jazzplaten uit de geschiedenis worden. Na lang aandringen heeft Jarrett er zelfs mee ingestemd een transcriptie van dit concert te publiceren en spelen pianisten over de hele wereld dit geïmproviseerde en onherhaalbare concert noot voor noot na. Een wereldster tegen wil en dank, heeft Jarrett altijd een ambivalent gevoel bij opnames en transcriptie gehouden. Het liefst zag hij alles vernietigd: We also must learn to forget music, otherwise we become addicted to the past. The music was improvised on a certain night and should go as quickly as it comes. In het gunstigste geval zag hij de opname als een soundtrack. Regisseur Nanni Maretti gebruikt het ook als zodanig in zijn mooie persoonlijke film Caro Diario (Dear Diary/ Lief Dagboek)

Soms beet ik het puntje van mijn tong er bijna af, helaas spatte mijn kroontjespen er niet minder om. Eerst duidelijk dan snel, was juffrouw De Korte’s aanwijzing en de naam van onze schrijfmethode. Tijdens het lezen bleven de letters, langer dan bij andere kinderen, voor mijn ogen dansen. ‘Chris moet thuis meer lezen’ schreef juffrouw De Korte in mijn rapport. Dat goede advies neem ik me tot op de dag van vandaag met veel plezier ter harte.

Na een paar uur vegen en harken zijn alle grote leerachtige bladeren van de oude plataan achter in de tuin opgeruimd. De plastic groencontainer is al drie keer aangestampt en ik wis me het zweet van het voorhoofd. Dan strijkt een kille wind door haren en takken, een koude rilling trekt langs mijn ruggengraat omhoog. Tientallen grote bruine bladeren vinden opnieuw hun weg naar de vochtige grond van de zojuist aangeharkte tuin. ‘Zo is het mooi’ spreekt de oude meester.

‘One day I will find the right words,
and they will be simple’
Jack Kerouac

The Dharma Bums (1958)

Bij mijn voorzichtige eerste schreden op het Zen pad ben ik weinig kieskeurig, bij iedere leraar en in iedere zendo of klooster pik ik wel iets op, een beeld een woord een zin. Aan de Longquan Tempel in Utrecht werd de meditatie onlangs geleid door Chan master Ton Lathouwers. Hij weet de hoogst Chan of Zen idealen moeiteloos te verbinden met zijn eigen dagelijkse worsteling. Eigenlijk was dit de eerste keer dat een leraar me echt raakte. Ook het gesprek na afloop was meteen persoonlijk en van hart tot hart. Wanneer er al iets over te dragen is, wellicht ook de enige weg, direct tussen meester en leerling en in de stilte van de meditatie.

De zich opstapelende misverstanden tussen oosterse woorden en westerse oren zijn ontelbaar. Laat ik bij Jack Kerouac beginnen, de vader van de beatniks, die begin jaren vijftig het Boeddhisme ontdekt. Onder andere via het boek Walden van Henry Thoreau. Kerouac leerde zichzelf mediteren en schreef twee boeken over Boeddhisme, waarvoor zijn uitgevers overigens geen belangstelling hadden. Later zou Kerouac zich aansluiten bij een groep dichters, studenten en filosofen die de bronteksten bestudeerden, iets dat Kerouac zelf niet kon. Een van hen zou de hoofdpersoon (Japhy) worden van zijn tweede roman The Dharma Bums. In de roman krijgt Japhy een visioen van jonge mensen die doelloos de wereld rond trekken, om zichzelf te vinden of te leven als een ‘Zen Lunatic’. Een profetisch visioen.

De gevestigde wetenschap had niet veel op met Kerouac’s Boeddhisme, maar voor veel frisse babyboomers was het een eerste kennismaking. Via Kerouac ging Ginsberg mediteren. Via Ginsberg raakt Bob Dylan geïnteresseerd. Via Dylan kwam het oosterse gedachten goed bij The Beatles terecht. Die eerder, volgens sommigen als ode aan Jack Kerouac en de beatgeneration, hun naam al van Beetles in Beatles hadden veranderd. Volgens anderen is de Liverpool-sound of  merseybeat debet aan deze naamsverandering. Hoe dan ook via het luidsprekertje van mijn Philips mono pick-up stroomde de Indiase beat-klanken van ‘Within you without you’ en de oosterse wijsheid mijn tienerzolderkamertje binnen. ‘And to see you’re really only very small and life flows on within you and without you’

‘Within you without you’ is het enige nummer van de LP Sgt Pepper’s Lonely-Hearts Club Band dat geschreven is door George Harrison. Hij heeft het lied geschreven nadat hij in 1966 zes weken lang in India bij zijn mentor, Ravi Shankar, studeerde en mediteerde. Het bevat veel ideeën uit de hindoeïstische filosofie en leer van de Veda’s, ingekapseld in de verkenning van spirituele thema’s die populair waren geworden in de Summer of Love. Muzikaal leunt het zwaar op de vaak veel langere composities van Ravi Shankar zelf. Later in februari 1968 zullen alle vier The Beatles in het Indiase Rishikesh aan de voet van de Himalaya transcendente meditatie studeren bij de Maharisha Maresh Yogi en schrijft John Lennon het lied ‘Revolution’   

You say you want a revolution
Well, you know
We all want to change the world

Vijftig jaar later ontmoet ik Chan master Ton Lathouwers en vervolg ik mijn zwerftocht, soms langs zendo’s en kloosters, vaker via poëzie of kunst, altijd in de stilte van mijn meditatie.

Me, my pipe,
                my folded legs –
Far from Buddha

Jack Kerouac
Dharma Pops (1956)

24May

mugshot

I haven’t shaken griefs rattle, yet it clatters
I haven’t rung sorrow’s bell, though it tolls
Hô Xuân Huong (1772 – 1822)

Na anderhalf uur tevergeefs zoeken kijkt de tuk-tukdriver (eigenlijk remork-motodriver in Cambodja) ons licht wanhopig aan. De juiste straat hebben we inmiddels gevonden, de juiste locatie nog lang niet. Vanaf Wat Phnom, een drukbezochte tempel aan de oevers van de Tonle Sap rivier, lijkt het op mijn kaart een kort ritje naar straat 169 huis 33b, maar dat blijkt tegen te vallen.

Ongeveer op de plek waar Tonle Sap en Mekong elkaar ontmoeten, ziet, ergens in de veertiende eeuw, vrouw Penh een grote Koki boom (Hopea odorata, of Ta-khian) voorbijdrijven met verstrengeld in haar takken vier Boeddhabeelden en een beeld van de Hindoegod Vishnu. De vastberaden en energieke Penh bracht haar vondst onder in een kleine op een heuvel gelegen tempel, die uitgeroeide tot de huidige Wat Phnom, tempel op de heuvel. De stad die eromheen groeide kreeg de naam Phnom Penh, heuvel van (vrouw) Penh. Sinds die tijd heeft de stad vele ups en downs gekend, met als grootste contrast het Phnom Penh van de jaren ’60, toen de parel van Azië en het Phnom Penh van de jaren ’70, toen de Khmer Rouge haar veranderde in een spookstad, slechts toegankelijk voor partijkader, militaire leiders en hun personeel.

In het Phnom Penh van de jaren ’60 bestaat twee derde van de bevolking uit allochtone Chinezen en Vietnamezen, meestal de bewoners van de buitenwijken. In het centrum was de invloed van een kleine Franse minderheid zeer zichtbaar. Diep onder het oppervlak van deze, door Amerika gefinancierde gouden eeuw en volledig buiten het zicht van de machthebbers wordt de kiem gelegd voor de tragedie van Pol Pot en zijn Khmer Rouge. Tijdens deze decadente gouden jaren maakt de jonge communist Pol Pot een studiereis naar het China van Mao Zedong, ten tijde van de culturele revolutie. “Zo moet het dus” zal hij gedacht hebben. Vanaf het begin van de jaren ’70 werden de machten en krachten die de ondergang van het ‘fairy tale kingdomuit de jaren ’60 zouden betekenen steeds sterker. Vanaf 1975 komt Phnom Penh zelf onder vuur te liggen en op 17 april 1975 marcheerde de triomfantelijke Khmer Rouge de stad binnen en, zoals hun leiders het noemden ‘not to negotiate. Van de tragedie van de oorlog belandde Cambodja en Phnom Penh in de tragedie van de vrede. Pas na bijna vier jaar zal er door inmenging van het Vietnamese leger een einde komen aan deze tragedie.

Vanaf de jaren ’90 krabbelt Phnom Penh weer op en inmiddels is het een bruisende Aziatische stad, waar meer dan de helft van de bevolking jonger is dan twintig jaar, in alle opzichten het kleine broertje van Bangkok en Hanoi dus. De spitsen van koninklijk paleis, Silver Pagoda en het nationaal museum, de in oranje geklede monniken, de Tonle Sap en Mekong die door de stad stromen, de eindeloze stroom brommers die door de straten stromen, de tientallen kleine en grote markten geven de stad de kleur en geur van een moderne Aziatische (hoofd) stad, om over de geluiden nog maar te zwijgen. Nog niet de parel van Azië van weleer, maar die potentie is er zeker.

Dit alles is echter deze middag niet het doel van onze zoektocht. Vandaag proberen we iets terug te vinden van het barbaarse schrikbewind van de Khmer Rouge. De voormalige Tuol Sleng gevangenis en martelcentrum, nu museum, in het centrum, en de Killing Fields van Choeung Ek net buiten de stad waar duizenden zijn gemarteld en vermoord, durf ik niet te bezoeken. Bang dat de dolende zielen daar me nog lang na terugkeer blijven bezoeken. Nee, het zoeken is naar het restaurant van Kith Eng, de vrouw van Vann Nath, een van de zeven overlevenden van de Tuol Sleng gevangenis. Als kunstenaar heeft hij later in vele schilderijen verslag gedaan van zijn verblijf daar. Zijn schilderijen zijn te zien in het huidige Tuol Sleng Genoicide Museum en dus in het restaurant van zijn weduwe. Vann Nath zelf is in 2011 overleden.

Na onze tuk-tuk driver bedankt te hebben vervolgen we te voet onze zoektocht, huisnummer 33b blijft echter nog lang onvindbaar. Door de wijk dwalend blijkt ook de parallelweg nummer 169 te dragen, maar nog steeds geen huis 33b. Hoe de aangrenzende steegjes genummerd zijn laat zich slechts raden. Navraag doend brengt een behulpzame buurtbewoner ons naar het ziekenhuis, dat lijkt me een ernstig misverstand. Maar na inmiddels een paar uur zoeken en ongetwijfeld dicht bij ons doel, laat ik me gewillig meevoeren. De vrouwelijke conciërge van het ziekenhuis weet meer, maar spreekt geen Engels. Mee naar binnen naar een arts die wel Engels spreekt, op het gezochte adres blijkt inmiddels een apotheek gevestigd. Het restaurant van Kit Eng blijkt niet meer te bestaan, maar de galerie met werk van Vann Nath nog wel. De vriendelijk lachende conciërge krijgt toestemming ons daarnaartoe te brengen. De Aziatische vriendelijkheid is weer eens onovertroffen en vijf minuten later staan we voor de gezochte galerie, waar Sineth, de oudste dochter van Vann Nath ons al opwacht, haar moeder Kith Eng verwacht ons binnen.

De galerie zelf is een wat steriele pijpenla, zwarte vloertegels en witte muren met daaraan het werk van Vann Nath. Een laat zelfportret, een surrealistisch tafereel waarop een mensfiguur (Vann Nath) een beeld (the churning of the milk ocean) torst, met op de achtergrond de tempels van Angkor Wat en de Eiffeltoren. Angkor is ook de naam de schaduworganisatie waaronder de Khmer Rouge zijn misdaden bedreef. Etsen van een geromantiseerd landelijk leven en natuurlijk de schilderijen met de nachtmerries van zijn verblijf in het Tuol Sleng martelcentrum. Op een van de schilderijen is een grote groep halfnaakte en met kettingen aan de vloer vastgeklonken gevangen te zien. Door het raam worden ze door een van de bewakers nat gesproeid. Op een ander schilderij zien we een ossenwagen met een tweetal gevangen (Vann Nath en zijn neef, lees ik later) met drie bewakers, op weg naar de Tuol Sleng gevangenis.

Verder twee grote kasten met documentatie, boeken, foto’s en ansichtkaarten. Naast zijn schilderijen heeft Vann Nath zijn herinneringen aan Tuol Sleng (door de Khmer Rouge S-21 genoemd) ook op geschreven. Sineth laat ons een beduimelde Engelse vertaling zien, hun enige exemplaar. Later lukt het me om via het world-wide-web een exemplaar van het boekje te achterhalen. Een crisisuitgave, vlekkerig gedrukt op flinterdun papier, met verspringende lettergroottes, sommige pagina’s in zwartwit andere in blauwwit, de korrelige illustraties eveneens in blauwwit. Een ontroerend en aangrijpend verslag. In honderdachttien pagina’s, wars van iedere literaire pretentie of wetenschappelijk doel, doet Vann Nath een diep menselijk verslag van zijn ervaringen tijdens de Khmer Rouge periode en in de S-21 gevangenis. Zijn kunstenaarschap blijkt zijn redding.

It was my great luck that I have been born with the temperament and love for drawing and painting. If not, my name would not have been underlined in red – meaning that I was to be spared – on that February 16, 1978 ‘ghost’ list.

Na de eerste weken van uithongeren, verhoor en martelen, wordt zijn naam op het laatste moment van een dodenlijst gehaald. Als kunstenaar blijkt hij bruikbaar voor het regiem en krijgt hij opdracht portretten en later ook bustes van de leider van de Khmer Rouge, Pol Pot te maken, van wie hij aanvankelijk niet eens weet wie het betreft. Hij weet de laatste chaotische dagen van het regiem te overleven, het moorden gaat tot op de laatste dag door. Zo wordt hij een van de zeven overlevenden van het martel- en moord bewind in de S-21 gevangenis, een schrikbewind dat aan meer dan veertien duizend mannen, vrouwen en kinderen het leven kost. Men schat dat tijdens de Khmer Rouge periode, tussen april 1975 en januari 1979 – om precies te zijn drie jaar, acht maanden en twintig dagen, in totaal twee miljoen Cambodjanen vermoord zijn of door de honger gestorven.

When Cambodia’s doors reopened again in 1979, little remained but tears and piles of bones.

De rest van zijn leven staat in het teken van deze herinneringen, in woord en beeld doet Vann Nath er verslag van. In de galerie weet ik me even geen houding te geven. Waarom ben ik hier eigenlijk? Mijn lieve Suweera doet het een stuk beter en condoleert moeder en dochter met hun verlies. Wat veel meer is dan het uiteindelijke overlijden van Vann Nath in 2011, onder de Cambodjanen die van honger gestorven zijn, bevonden zich ook hun twee eerste kinderen.

Toch is Vann Nath een vroom Boeddhist gebleven, die zijn beulen ook altijd als slachtoffers kon zien. Alleen wanneer in 1998 Pol Pot, de leider van de Khmer Rouge overlijdt, evenals alle andere kopstukken, zonder zich ooit te hebben verantwoord laat staan berecht te zijn, noteert hij als laatste regel in zijn boek, refererend aan de idee van het bestaan van karma:

‘Pol Pot and his henchman will harvest the actions they committed. They will reap what they have sown.’

Is het toeval dat zijn boek in 1998, het jaar van overlijden van Pol Pot, verschijnt of wil hij karma wellicht een handje helpen. Zo kan ook de volkse beleving van een religie een bron van troost zijn.

Beulen als slachtoffers, voor mij is het heel ver weg. Maar in zijn boek ‘The art of living’ kiest ook de Vietnamese zenmeester Thich Nhat Hanh deze benadering, wanneer hij reflecteert op de decennia van oorlog en geweld in Vietnam.

When we can free ourselves from the idea of
Separateness, we have compassion, we have understanding,
And we have the energy we need to help.
(Thich Nhat Hanh ‘The art of living’)

In zijn boek ‘Phnom Penh: a cultural and literary history laat Milton Osborne zien dat de Khmer Rouge zijn aanhang wierf onder de armste en meest ongeletterden in de Cambodjaanse samenleving, kinderen soms nog. Zwaar geïndoctrineerd vaak de beulen van het regime. De leiders van de Khmer Rouge daarentegen waren bepaald niet ongeletterd, een aantal van hen had onder het Franse bewind zelfs in Parijs gestudeerd. Toch zou het tot 2014 duren alvorens de laatste twee overlevende leiders van de Khmer Rouge tot een levenslange gevangenisstraf werden veroordeeld. Met tot op de dag van vandaag een president (Hun Sen – 1951 -) die voortkomt uit de Khmer Rouge mogen we dat misschien ook niet verwachten. Hun Sen maakte aanvankelijk carrière binnen de rangen van de Khmer Rouge. In 1978 liep deze opportunist over naar Vietnam, dat toen Cambodja was binnengevallen, en vanaf 1985 is hij bijna onafgebroken premier van Cambodja. Gelukkig is de leider, en bepaald ook geen ongeletterde meeloper, van de Tuol Sleng gevangenis, Kang Keck Leu (1942) (beter bekend onder zijn pseudoniem ‘brother’ Duch of Deuch) al eerder in 2011 berecht.

Misschien is de weg van Thich Nhat Hanh de goede. Voorlopig zou verantwoording, vergeving en berechting in mijn ogen al een heel mooi begin zijn. Wanneer een levenskunstenaar als Vann Nath dit kan opbrengen en daar in de meest simpele en menselijke bewoording verslag van doet, verdient zijn boek wel een veel bredere verspreiding dan een crisisuitgave die veel te duur en slechts via het internet te achterhalen is.

This book is dedicated to all who perished in Tuol Sleng. By keeping their memory alive, my hope is that their deaths do not lose all meaning but can help a new generation of Cambodians, and people throughout the world, to understand what happened in my motherland in the 1970’s.

Epiloog
Een paar dagen later bezoeken we een muziek- en dansvoorstelling van de theatergroep Cambodian Living Arts ‘We believe arts are at the heart of a viral society’ in het theater van het Nationaal Museum in Phnom Penh. Bij de ingang worden sieraden verkocht gemaakt uit het koper van de kogelhulzen die overal in het land royaal voorhanden zijn. Voor mijn beide dochters koop ik er twee paar, zeer fijn bewerkt en ingelegd met tijgeroog. Voor twee dollar extra worden ze met kogelhuls verpakt in een mooi katoenen zakje.

de volle maan
heeft niets om op te rusten
geen plaats om zich aan vast te houden
Eihei Dogen (1200 – 1253)
Vann Nath Mugshot
Een ‘mug shot’ is een portretfoto voor het politiedossier, ‘mug’ is in het Engels slang voor gezicht. Tijdens het regiem van Pol Pot werden in het martelcentrum en gevangenis Tuol Sleng (S-21) zes duizend ‘mug shot’ foto’s van gevangenen gemaakt, soms bij binnenkomst, soms ook pas na hun executie.

24April

wenskaart

All the great images – then and even now – do not make any difference.
They are proof of what happens in war, but they are like
Christmas cards: They come every year.
(Don McCullin)

Er lijkt een barst in de hemel boven Hue te zitten, al dagenlang hangt er een gordijn van water over de stad. Een cycloon een paar honderd kilometer uit de kust schijnt al het water van de Grote Oceaan richting Hue te blazen. De eerste dag lukt het nog net om al het water af te voeren, vanaf dag twee begint de Perfume rivier over te lopen en komen steeds meer straten blank te staan. Ergens tussen Hue en Hanoi staat de trein die me terug naar Hanoi moet brengen stil op de enkele spoorbaan. Met regencape en rubberschoenen maak ik er het beste van.

Voor mij is Vietnam en in het bijzonder Hue voor altijd verbonden met de Vietnam- of Amerikaanse- oorlog, zoals ze hier liever zeggen. Het Tet-offensief, de slag om Hue, de straatgevechten in en om de keizerlijke stad en citadel van Hue. Via de Provinciale Zeeuwse Courant bereikten de beelden van oorlogsfotograaf Don McCullin zelfs mijn Zeeuwse dorp. Vijftig jaar later geeft Don in een interview aan dat er weinig nachten voorbijgaan waarin hij niet herinnerd wordt aan Hue.

(…) during eleven days inside the citadel I beheld all the ways that men live and die in war. I shot wars after Hue, but nothing so intense and dangerous. I witnessed the most incredible courage too. But for what?                                                                                                                                                                             (Don McCullin)

Wadend door de straten rond de citadel staan veel huizen inmiddels onder water. De citadel zelf, iets hoger gelegen en omgeven door een gracht, is nog toegankelijk. Tijdens het Tet offensief is de citadel en het daarin gelegen keizerlijk paleis grotendeels verwoest. Mondjesmaat wordt er wat gerestaureerd, de sporen van granaat- en kogelinslagen zijn nog overal zichtbaar.

Terug in het Hue Thuong hotel besluit Thuy gezien de bijzondere weersituatie een gezamenlijke maaltijd voor haar gasten, naast mij nog een Engels stel en haar tante, met wie ze het familiehotel beheerd, klaar te maken. Smakelijk gekruide groenten, zoete aardappelen en rijst, op mijn verzoek heeft ze het vlees apart gehouden. Boven kommen geurige jasmijnthee lachen we vriendelijk naar elkaar en wisselen we wat beleefdheden uit. Terug op mijn kamer lees ik het boekje ‘Women driving the Hô Chí Minh trail’. Getuigenissen van ruim dertig vrouwelijke soldaten, chauffeurs op de bevoorradingsroute die de Hô Chí Minh trail was. Ondanks de soms wat ronkende partijtaal weten zij ook vijfenveertig jaar na dato nog precies waarvoor ze toen vochten en kunnen zij allen de vraag van Don McCullin feilloos beantwoorden.

“I see that I’m fortunate because by serving in a women’s unit driving the Hô Chí Minh Trail and then working with a women’s repair unit, I was able to contribute my small part toward our people’s victory.”

Naast de liefde voor het vaderland, vinden vele vrouwen ook de liefde van hun leven op de Hô Chí Minh Trail. “Our love has bloomed through two springs. Ours is a love as beautiful as spring itself.”

Waar de buitenlandse oorlogsfotograaf alleen de bigger picture van het zinloze offer en lijden van de oorlog ziet, zien de vrouwelijke soldaten wel degelijk het achterliggende doel en de noodzaak.

Een nog helderder antwoord krijgt fotograaf Don McCullin van Dang Thuy Tram, een jonge arts die in de Amerikaanse oorlog in 1970 tijdens haar werkzaamheden als arts sneuvelt. Of is de kogel door haar voorhoofd toch gewoon moord? Helemaal opgehelderd is het nooit. Een Amerikaanse inlichtingenofficier redt haar dagboek uit een stapel documenten die hij geacht wordt te vernietigen, en neemt het mee naar Amerika wanneer zijn tour of duty erop zit. Pas in 2005 is hij in de gelegenheid het dagboek aan de moeder van Thuy terug te geven. Nog hetzelfde jaar wordt het gepubliceerd en blijkt het een instant bestseller, eerst in Vietnam en later ook wereldwijd nadat het dagboek door Oprah is gekozen tot boek van de maand. In haar prachtige taal deelt Thuy haar moed en twijfel met ons:

“Last night I dreamed that peace was established, I came back and saw everybody. Oh, the dream of Peace and Independence has burned in fire hearts of thirty million people for so long”

Evenals de vrouwelijke soldaten op de Hô Chí Minh Trail droomt ook Thuy ervan Duyen, de voorbestemde liefde van haar leven, te vinden en maakt ze ons daar in haar poëtische taal deelgenoot van.

“I want to fill the emptiness in my soul with the affection within these kind letters, but it is impossible. My heart heals stubborn with the tempo of a twenty-year-old, full of love and affection. Oh, be calm my heart, seek the peaceful rhythm of the sea on a windless afternoon.”

Wellicht kunnen we nooit tegelijkertijd de zinloosheid van fotograaf, maar ook buitenstaander Don McCullin en de innerlijke noodzaak van de chauffeurs op de Hô Chí Minh Trail ervaren. In de zondvloed van Hue zoekt het troebele water van de Perfume rivier telkens naar een nieuwe vorm. Hue schikt zich in de zoveelste nieuwe werkelijkheid. Aan de receptiebalie van het Hue Thuong hotel vertelt Thuy me lachend dat het nog wel een aantal dagen kan duren alvorens er weer een trein richting Hanoi vertrekt.

Eigenlijk kan ik niet ophouden met citeren uit Thuy’s dagboek:

30 June 1968
Autumn has not arrived, but still all the leaves in my world have turned brown, I have never felt this miserable and lonely. “To live is to face the storms and not cower before them” Stand up then, oh, Thuy. Even when the rain and gale are rising, even when tears have flowed in torrents, keep your spirit high, Thuy. Use your will, your faith in the just cause and the ideals of your life, to continue your journey and this dangerous path. Is there any victory without sweat and tears, thought and pain, blood and bones, Thuy?

Een bekende koan van de Japanse zenmeester en filosoof Shin’ichi Hisamatsu (1889 – 1980) luidt:

Precisely here and now, when nothing works, what are you going to do

Een koan kunnen we niet oplossen met onze alledaagse logica, maar met haar levensloop geeft Thuy haar antwoord op deze vraag.

Op 20 juni 1970 eindigt haar dagboek:

No, I am no longer a child, I have grown up, I have passed trails of peril, but somehow at this moment, I yearn deeply for mom’s caring hand. Even the hand of a dear one or that of an acquaintance would be enough. Come to me squeeze my hand, know my loneliness, give me the love, the strength to prevail on the perilous road before me.

Twee dagen later wordt haar lijk gevonden met een kogel door het voorhoofd.

Op de vraag naar de zin van het leven
antwoord iedereen met zijn levensloop.
György Konrád

Edward Kienholz ‘Portable War Memorial’ (1968) is een driedimensionale parodie op de beroemde foto van Joe Rosenthal van zegenvierende Amerikaanse militairen na de slag om het Japanse eiland Iwo Jima tijdens de tweede wereldoorlog. De sculptuur is opklapbaar en de datum van de te herdenken oorlog kan eenvoudig worden aangepast.

02March

Tempelhonden

Coming here to see people and scenes,
Happy with Buddha and pleased with the earth.
 
Lê Thánh Tông (1442 – 1497)

In de Omamori Spa aan de Hàng Bún in Hà Nôi vreten de zacht-wrede handen van mijn blinde therapeute zich door spieren en leven. Het hele lijf is hard, stug en onverzettelijk, terwijl ik me wil ontspannen verzet het zich. De blinde masseuse leest mijn lijf als een boek, pakt feilloos de hardste spieren, pijn beneemt me de adem. Terwijl haar zijdezachte haar mijn schouder streelt fluistert ze in mijn oor dat het haar spijt, maar dat de weg van pijn de enige optie is.

Op het meer drijft een eenzame huisboot. Het blad groen, de kalk wit, de noot bruin, de bruid van de gouden pad kauwt hard op de betel, die haar mond betovert tot een bloedrode vlek. Hun liefde is door de goden voorbestemd, onvermijdelijk worden ze na talloze levens eindelijk verenigd. Schaakstukken spelen het spel van wolken en regen met een wit konijn en het maanmeisje. Boven kalkrijke zwarte bergen verwart het vliegertouw zich met een visvormige houten drum. Terwijl pijnbomen en wilgen elkaar omhelzen verbergt een gigantische witte rivierslak zich in het riet. In het klooster zorgt de zoete klank van de windgong voor koelte en verlichting, terwijl oranjebruine tempelhonden blaffen naar een glimlachende Quan Yin. Wordt de vergulde Boeddha vermalen tussen de roestige tandraderen van mijn karma. Kust de kunstenaar Tran Nguyen Dung in vrije los geschilderde pasteuze verfstreken zijn schilderij tot leven. Flitsen witte tanden als bliksemschichten. Is de paarse vis in de bomen als een wond in een neonnacht. Baart de granieten vrouw een kind dat zich blind staart in de zon. Sleept een stenen man zijn perziken van onsterfelijkheid vreugdeloos achter zich aan. Bij de Quan Yin tempel raap ik een blad op van de bodhiboom, een loot van de boom waaronder de Boeddha zelf nog geschuild heeft. De Boeddha’s van heden, verleden en toekomst gaan rollebollend over de weg der natuur, de essentie waaruit de tienduizend dingen ontstaan. De poort van grote synthese blijft vooralsnog voor me gesloten, de vijver van hemelse helderheid troebel. Terwijl de bodhisattva prinses opstijgt naar de hemel laat ze voor eeuwig de geur van abrikozen achter in de grot waar ze gevangen zat. Gedurende de nacht waakt Garoeda op de rand van mijn bed. Op het windstille schilderij van Willem van de Velde wachten de schepen voor de kust rustig op wat komen gaat. Boven plastic tulpen draait een elektronische vlinder onvermoeibaar haar rondjes.

De massage wordt afgesloten met warme olie en hete stenen. Stug en vasthoudend verzet mijn hele wezen zich, een ‘happy ending’ is nog ver weg. Is de weg van pijn tegelijk ook de weg naar de liefde?

Nirvana is here, nine out of ten. 
Hô Xuân Huong (1772 – 1822)

03February

stuifmeel

Stuifmeel

 
The road is a wondrous place, go with an open heart.
Andrew X. Pham ‘Catfish and Mandala’

In Manzi’s Art Space in Hanoi ontmoet ik de levendige en welbespraakte Maia, een gedeelde interesse in kunst en poëzie geeft het gesprek al snel een persoonlijke wending. Maia vertelt over haar studie in Londen – Engelse taal en cultuur – en Amerika – kunstgeschiedenis. Nu verdiept ze zich in moderne en hedendaagse Vietnamese kunst. We bespreken verschillende in de galerie tentoongestelde kunstenaars en hoe de mix van traditie en ambacht van Vietnam in contact met moderne westerse kunst de hedendaagse kunst in Vietnam een eigen gezicht geeft.

Wanneer ik Maia vertel over mijn verblijf in het Truc Lam Tay Thien klooster in Dai Dinh, blijken we meer dan alleen onze belangstelling voor kunst en poëzie te delen. Hoewel het huidige klooster pas in 2004 gebouwd is dateren de oudste fundamenten, die van de Thien An Pagoda, al uit de tweede eeuw. Enthousiast vertelt Maia dat ze een paar jaar geleden Engelse les heeft mogen geven aan de nonnen daar, als opmaat voor het bezoek van een delegatie uit Bhutan. Vol bewondering toont ze haar respect voor de nonnen en hun zelfverkozen basale leefomstandigheden. Sommige nonnen kiezen zelfs voor een nog eenvoudiger leefstijl in de bossen buiten het uitgestrekte kloosterterrein. Een traditie die ik herken van een eerder verblijf in een Thais bosklooster. Hoe anders zag dat er een week geleden door westerse ogen uit, toen alles gekoppeld werd aan de onmiskenbare achterstand van vrouwen in de Vietnamese maatschappij. Evenals de hedendaagse kunst is ook de werkelijkheid in het klooster veel vormiger dan ik wellicht vermoede. Kunst en werkelijkheid houden me zo voortdurend een spiegel voor waarin ik, nog steeds, vooral mezelf zie. Tijd om de spiegel om te keren, minder ik, meer wij.

In de kloostertuin en om het meer fladderen vlinders in de meest onwaarschijnlijke en telkens wisselende kleuren. Schoonheid in zijn meest kwetsbare vorm. Wanneer ik ze tracht te fotograferen zijn de vlinders telkens net weg. In de Griekse mythologie is de vlinder het zinnebeeld van de ziel, in de Chinese mythologie is zij symbool van liefde. Waar ik mijn ziel of de liefde zoek vind ik haar nooit, zij mij altijd, feilloos. De keuzes die ik in deze herfst mag maken zijn even kleurrijk als de vlinders en veelvormig als de tienduizend dingen om me heen. Zoals mijn ziel en liefde me zonder dwalen altijd vinden, leer ik er in het klooster op vertrouwen dat de juiste keuzes mij ook instinctief gaan vinden. Zo lang ik mijn focus maar hou op de vlinder, haar schoonheid, kwetsbaarheid en telkens wisselende kleuren. Is vertrouwen wellicht het antwoord op de vragen die niemand me stelt?

Kon ik eenmaal toch jouw dans weergeven
In een van het woord bevrijd gedicht,
Eenmaal even vrij en lenig zweven
Als jij in de lucht en in het licht
J. Slauerhoff (1898-1936)
uit: Al dwalend (ongepubliceerde gedichten 1947)

03January

herbereken route

Herbereken route

(de schoonheid van het onvoltooide)
the village I finally reach
deeper than the deep
mountains
indeed
the capital
where I used to live
Eihei Dogen (1200 – 1253)

 

Terwijl vrienden er bij Mondriaan op aandringen dat hij zijn schilderij ‘Victory Boogie Woogie’ in 1944 ook daadwerkelijk zou voltooien, lijkt de kunstenaar zelf aan het eind van zijn leven op een punt aangekomen waar voltooiing en oplossingen niet meer bestaan. De Victory Boogie Woogie is geschilderd in olieverf op canvas en zoals veel van Mondriaans latere werk in de primaire kleuren rood, geel en blauw met verder gebruik van wit, grijs en zwart. Echter in dit werk nuanceert hij de kleuren van licht naar donker wat sterk bijdraagt aan de dynamiek van het beeld. Hij blijft met gekleurd karton en kleine stukjes tape het ontwerp voortdurend bijwerken en herzien en krijgt steeds meer plezier in deze manier van werken waar hij geen concreet einddoel of resultaat meer voor ogen heeft. Zo maakt hij niet één, maar iedere dag een andere Victory Boogie Woogie, een onderzoek in verf, tape, karton, papier op en over elkaar, soms wel zeven lagen dik, een experiment zonder einde. Tot een paar dagen voor zijn dood zal Mondriaan veranderingen blijven aanbrengen, het proces van iets doen waar geen einde aan schijnt te komen boeit hem meer dan een concreet resultaat. Voorvoelde hij wellicht dat in de toekomst zowel in de kunst als in de maatschappij het procesmatige steeds belangrijker zou worden? Is verandering wellicht het centrale thema van zijn oeuvre? Is zijn voorliefde voor muziek en dans iets anders dan zijn liefde voor verandering en beweging? De dynamiek van de door elkaar heen dansende kleuren en opengebroken lijnen verwijzen naar het levensritme waarin alles altijd in verandering is. Dertig jaar daarvoor schreef Mondriaan al in zijn schetsboek dat de “theosofische leer van de evolutie een bepalende factor in de geschiedenis van de kunst was” en is evolutie iets anders dan verandering en per definitie onvoltooid. Vijftig jaar later zal de Nederlandse staat 82 miljoen gulden (37 miljoen euro) voor dit onvoltooide werk betalen.

In de warmte van de middagzon hangt de zoete geur zwaar boven het paarse heideveld. Luid zoemend eisen wilde bijen en hommels hun deel op. De zoete roes schept een helderheid waarin keuzes onontkoombaar worden. Is het de leegte van het veld versus de volheid van mijn gemoed of de volheid van het veld versus de leegte van mijn gemoed. Aan de blauwe hemel vormen ragfijne wolken een lotusbloem waarop de drie schikgodinnen voorbijdrijven. De eerste spint mijn levensdraad, de tweede meet hem af en de derde heeft haar schaar al vast. Het kleed dat ik zelf weef is echter nog lang niet voltooid …

We shall not cease from exploration
And the end of all our exploring
Will be to arrive where we started
And know the place for the first time

T. S. Eliot (1888 – 1965)